God, Die de nederigen troost – C.H. Spurgeon
februari 20, 2016
Hij heeft Zelf gezegd – C.H. Spurgeon
februari 21, 2016
Show all

Over de besnijdenis van gelovigen uit de volken en de landsbelofte

Werner Stauder schreef in een forum het volgende: Ik geef echter toe, dat mijn motivatie in de studie zelf onvoldoende naar voren komt, en daarom zal ik deze hier nader toelichten.
Misschien datje dan beter begrijpt waarom ik van mening ben dat gelovigen uit de volken niet besneden hoeven te worden, terwijl ik anderzijds juist al 23 jaar lang erop blijf hameren, dat de hele Tora ook voor de gelovigen uit de volken van toepassing is. Spreek ik mij zelf nu tegen? Nee! Beslist niet! Eigenlijk heeft S. al de sleutel tot de oplossing van deze discussie aangereikt. S. stelde namelijk de vraag of de besnijdenis een gebod is of een verbond. Wel, het antwoord is dat laatste! Het gaat hierbij om het verbond met Avraham.

Ik schreef in mijn studie reeds, dat zowel de verbonden met Noach alsook op de Sinai bekrachtigd werden met het bloed van offerdieren en het Nieuwe Verbond bekrachtigd werd met het bloed van Yeshua. Voor de gelovigen uit de volken is het Nieuwe Verbond van toepassing. Zij hoeven dat dus niet met hun eigen bloed te bekrachtigen, want het is al bekrachtigd door het bloed van Yeshua. Het verbond met Avraham daarentegen werd wel degelijk bekrachtigd met zijn eigen bloed door de besnijdenis, en omdat dit een eeuwig verbond is, geldt dit voor zijn gehele fysieke nageslacht tot lengte van dagen. Daarover zijn we het wel met elkaar eens denk ik. Maar wat houdt het verbond met Avraham precies in en in hoeverre is dit van toepassing op de gelovigen uit de volken? Bij het verbond met Avraham gaat het om de LANDBELOFTE voor Avraham en zijn nageslacht. Geen enkele onbesnedene mag het beloofde land binnengaan om het in bezit te nemen. Dit recht is expliciet voorbehouden aan de fysieke nakomelingen van Avraham. Daarom moesten ook de vreemdelingen die zich bij hem aansloten besneden worden. Om deze reden moest ook iedereen besneden worden die Egypte verliet om zich in het beloofde land te vestigen en om dezelfde reden moesten alle mannen besneden worden voordat ze de Jordaan overstaken. Daarom worden met het oog op de aliya ook nu nog alle heidenen die giyur doen besneden om hen het recht te verlenen, in Israël te mogen wonen.

De besnijdenis van het hart heeft betrekking tot het geloof, maar de besnijdenis heeft betrekking tot het land. In bijbelse tijden was het land Israël letterlijk G’ds koninkrijk, want de Eeuwige was de Koning van Israël. Het was een theocratie, maar op dit moment is G’ds koninkrijk niet meer van deze wereld. Dat heeft Yeshua zelf gezegd. Het is voor gelovigen uit de volken daarom geen noodzaak meer om zich letterlijk bij het volk Israël aan te sluiten door giyur te doen en zich in Israël te vestigen. Het mag natuurlijk wel, en in dat geval moet men uiteraard wel besneden worden, maar het is geen verplichting om daar te gaan wonen. De besnijdenis is dus voor de fysieke nakomelingen van Avraham en voor de gelovigen uit de volken, die zich fysiek bij Avraham en zijn nageslacht hebben aangesloten. Door het geloof in Yeshua behoren ook de gelovigen uit de volken inderdaad tot het nageslacht van Avraham, echter niet fysiek maar geestelijk. Daarom is voor hen niet de fysieke besnijdenis van toepassing, maar slechts de besnijdenis des harten. Zij geven immers hun hart aan de G’d van Israël, maar sluiten zich niet fysiek aan bij Zijn volk en vestigen zich niet fysiek in Zijn land.

Daarom moeten we de woorden van Sha’ul (Paulus) inderdaad letterlijk nemen: wie als onbesnedene geroepen is, hij late zich niet besnijden, want besneden zijn betekent niets en onbesneden zijn betekent niets, maar wel het houden van de geboden. Dat wil dus zeggen: het doet er niet toe of je als gelovige uit de volken in het land wilt wonen of niet, maar de geboden moet je sowieso houden! Ook buiten het land Israël! Het is overigens opmerkelijk, dat deze geboden bij de verbondsluiting aan Avraham en zijn nageslacht niet werden opgelegd. Behalve de besnijdenis werden bij de verbondsluiting geen verdere verplichtingen en ook geen leefregels opgelegd, waaraan ze zich zouden moeten houden. Deze kwamen pas later in het verbond op de Sinai aan de orde. Toch niet alleen het verbond, maar de hele geschiedenis van Avraham heeft puur te maken met de landbelofte. Het begint al met de roeping van Avraham. Hij werd niet alleen geroepen om de Eeuwige als G’d aan te nemen, Hem alleen te aanbidden en Hem alleen te dienen. Als het slechts daarom zou gaan, dan had hij dat ook thuis in Chaldea kunnen doen. Nee, hij werd geroepen om Ur te verlaten en zich in het beloofde land te vestigen. Daar gaat het om. Dit land heeft de Eeuwige aan Avraham en zijn fysieke nageslacht beloofd en onder ede bekrachtigd. Dat is het verbond dat Hij met Avraham sloot en dat bekrachtigd werd door de fysieke besnijdenis. Dat de slaven en huisgenoten van Avraham besneden werden is logisch, want zij vestigden zich immers samen met hun meester in het beloofde land. Dat de heidenen die samen met de Israëlieten Pesach vierden besneden werden is logisch, want zij trokken bij de uittocht met hen mee met de bedoeling, zich in het beloofde land te vestigen. Dat de heidenen, die met de Israëlieten meetrokken, volgens Jozua 5:2-8 vóór de overtocht door de Jordaan besneden werden is logisch, want zij vestigden zich in het beloofden land. Dat volgens Ezechiël 44:9 geen enkele onbesnedene van hart en van lichaam Zijn heiligdom binnen mag gaan is logisch, want het heiligdom bevindt zich in het beloofde land.
Alle teksten over de besnijdenis van heidenen staan in direct verband met de fysieke toevoeging tot het volk Israël en de vestiging in het land Israël, en dat is niet voor alle gelovigen uit de volken aan de orde. Ik kom dus tot de eindconclusie: een gelovige uit de volken, die van plan is zich ooit in het land te vestigen, moet zich zeer zeker laten besnijden., maar voor een gelovige uit de volken die dat niet van plan is, heeft de besnijdenis geen enkele noodzaak en voor hem is de besnijdenis des harten voldoende, want dat is de ultieme voorwaarde voor een relatie met de Eeuwige!

 

Send this to friend

Spring naar werkbalk