Zijn wangen zijn als een bed met specerijen – Hooglied
mei 1, 2016
Bescherming voor de duivel
mei 2, 2016
Show all

Over de ware Gemeente, het lichaam van Christus.

 


Bijbelstudie over de Joodse identiteit van de

GEMEENTE – QEHILA – hlyhq

Door: Werner Stauder.

Toen in 1934 de Joodse  Rebecca de Graaf – van Gelder in het openbaar beleed dat Yeshua [Jezus] de Messias is, ging zij naar een Bijbelschool om méér over G’ds Woord te leren. Bij een vertaling over één van de profeten zei het schoolhoofd tegen haar: “Rebecca, ik ben zó blij dat jij bij ons gekomen bent!” Toen antwoordde Rebecca: “Pardon, juffrouw, ú bent bij òns gekomen!” – Wat wilde Rebecca hiermee eigenlijk zeggen? Heel eenvoudig, namelijk dat er bij veel christenen een enorme denkfout zit, die al bijna 2000 jaar een scheiding heeft gemaakt die er niet had mogen zijn! Men beschouwt het als een groot wonder als een Jood tot het levende geloof komt! Maar laten we eerlijk zijn: is het nou echt zo bijzonder als een Israëliet tot geloof in de G’d van Israël komt en ontdekt, dat de Jood Yeshua uit het geslacht van David, de koning van Israël, de beloofde Messias van Israël is, waarover de profeten van Israël hebben gesproken? Is het zo wereldschokkend als een Jood begint te geloven in zijn eigen Joodse Bijbel? Want ook B’rit haChadasha [het Nieuwe Testament] is immers een door en door Joods boek! Moeten we het derhalve niet veeleer als een wonder zien, dat ook heidenen, bijvoorbeeld Chinezen, Indiërs of Afrikanen, die eerst hele andere goden dienden, tot geloof in de G’d van Israël komen, die ze daarvóór niet kenden? Deze denkfout komt voort uit de gedachte, dat de Kerk, die uit gelovigen van alle volkeren en naties bestaat, waaronder óók Joden, in de plaats van Israël zou zijn gekomen als Volk des Heren! Ondanks de sterke vermenging met heidense invloeden en rituelen (die een gruwel zijn in G’ds ogen) beschouwt men het christendom ook in de huidige vorm als de “enige ware G’dsdienst” en het Jodendom wordt op één noemer gegooid met het hindoeïsme, boeddhisme, islam en andere niet-christelijke religies. Logischerwijs gaat men er dan ook van uit, dat een Jood die Yeshua aanneemt als Heer en Verlosser, geen Jood meer is, maar een christenen is geworden, net zo als een Arabier die de Qur’an [koran] inruilt tegen de Bijbel en belijdt dat Isa [Jezus] de Zoon van G’d is, geen moslim meer is, maar een christen is geworden. En toch zit het met de Jood anders! Rebecca de Graaf schreef over haar bekering het volgende: “Toen ik als Jodin ging ontdekken dat Yeshua [Jezus] de beloofde Messias is, ben ik geen “christin” geworden. Ik ben eerst rècht Jodin geworden en gebleven! Compleet! Evenals Paulus die ná zijn bekering zich een Israëliet noemt (Romeinen 11:1 en Galaten 2:15). De aan mijn volk (Israël) beloofde Messias werd in de komst van Yeshua [Jezus] vervuld. En dáár spreekt het tweede gedeelte van de Bijbel van, die door Messiasbelijdende Joden geschreven is! Eigenlijk moeten die witte bladzijden (die een visuele scheiding maken tussen die twee delen) er gewoon tussen uit! Het is één boek, door Israël geschreven en aan de wereld gegeven volgens de opdracht van G’d “dat Israël tot een licht voor de heidenen zou zijn” (Yeshayahu [Jesaja] 49:6). In de velden van Efrata werd in een paar zinnen (als het ware in een notedop) G’ds plan met deze wereld ontvouwd: “Verkondiging van grote blijdschap voor heel het volk (Israël) en vrede op aarde, de wereld.” G’d heeft de gehele wereld op het oog waarin Hij Israël als Zijn instrument gebruikt. Tot op de dag van vandaag! Door Yeshua, Israëls Messias. Het staat er zo duidelijk: “Nadat G’d eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken door de Zoon.” (,Ivrim [Hebreeën] 1:1) – Yeshua en Israël behoren bij elkaar. Hij is niet los verkrijgbaar! Ik meen dat dáár het grote schisma zit waar wij nu eeuwenlang mee zitten en blijven zitten wanneer wij niet gewillig zijn om òns denken te laten vernieuwen (Romeinen 12:2). Ik meen dat dit nodig is, want de kerken hebben de beloften die aan Israël gegeven zijn zichzelf toegeëigend met uitsluiting (in de plaats) van Israël. Een klacht van Israëls G’d in  Yechez’qel [Ezechiël] 36:5: “Die Mijn land aan zichzelve ten erve hebben gegeven!” Ik denk dat wij deze zaak eerst recht moeten zetten, op z’n plaats, op Zijn plaats! Teruggeven, inleveren, dat is ook: verzoenen! Niet de exegese van de Schriften, maar heel eenvoudig lezen wat er staat en doen wat er staat!” – Tot zover onze geliefde zuster Rebecca de Graaf – van Gelder, bij velen bekend als tante Rebecca. Het zijn wijze woorden die wij ons ter harte moeten nemen.

Eerst de Jood en ook de Griek

De opmerking van het hoofd van de bijbelschool is een voorbeeld van het totaal verkeerde denkpatroon van veel christenen: “Rebecca of welke Jood dan ook, die tot geloof in Christus komt, is nu een christen geworden en komt bij òns in de gemeente, in ònze gemeente, en hoort nu bij het volk van G’d, want wij, de Gemeente, zijn toch immers het Volk van G’d!” – G’ds Woord, de Bijbel, spreekt daar echter heel anders over, want daar lezen wij immers precies het tegenovergestelde: een heiden, die tot geloof in de G’d van Israël komt en de Joodse Messias aanneemt als Heer en Verlosser, is geen vreemdeling meer, maar heeft het burgerrecht van Israël verkregen (Efeziërs 2:12-13). Let op: er staat niet “het burgerrecht van het Koninkrijk der hemelen” maar “het burgerrecht van Israël”, want Israël is het Volk van G’d, Israël is de Gemeente, althans het gelovige deel van Israël! En zo zien wij dan ook in het verhaal van Cornelius ( Mif’alot [Handelingen] 10 en 11) dezelfde situatie zoals in het verhaal van Rebecca en het hoofd van de bijbelschool, maar dan precies andersom: “En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren meegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de Heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort”. Er staat hier letterlijk dat de messiasbelijdende Joden verbaasd stonden te kijken, want het was gewoon ondenkbaar, dat ook niet-joden vervuld konden worden met de Heilige Geest en toegelaten zouden worden tot de Gemeente, die toen dus nog geheel Joods was! En toen Petrus later in de samenkomst vertelde dat ook heidenen tot geloof in de G’d van Israël kwamen, verheerlijkten zij G’d en zeiden: “Zo heeft dan G’d ook de heidenen de bekering ten leven geschonken.” Als u goed hebt opgelet staat er voor “de heidenen” steeds het woordje ook. Dat geeft aan, dat er sprake is van een toevoeging, geen vervanging en het geeft tevens in G’ds heilsplan de juiste volgorde aan: eerst de Jood en ook de Griek ofwel de heiden. Dit principe gaat als een rode draad door de gehele Bijbel en komt in Romeinen 2:9-10 bijzonder duidelijk naar voren: “Verdrukking en benauwdheid zal komen over ieder levend mens, die het kwade bewerkt, eerst de Jood en ook de Griek; maar heerlijkheid, eer en vrede over ieder, die het goede werkt, eerst de Jood en ook de Griek!” En zo is het ook met de Gemeente: zij is in eerste instantie Joods, want de Gemeente is het gelovig deel van Israël, maar ook de gelovigen uit de volken mogen er deel van uitmaken. Zij mogen er bijhoren, maar de Gemeente is niet van hùn! Zij hebben het niet voor het zeggen, althans vanuit de Bijbel gezien. De realiteit is echter helaas anders.

Vervangingsleer

Zolang de Gemeente uitsluitend uit Joden bestond, was er nog niets aan de hand, want ook of juist in haar navolging van Yeshua haMashiach [Jezus Christus], die als Jood geboren is en als Jood geleefd heeft, zag zij zichzelf altijd als deel van Israël. Het was immers nooit de bedoeling van Yeshua en Zijn Joodse leerlingen, dat er uit hun activiteiten een zelfstandige G’dsdienst, los van Israël, zou voortkomen. In Handelingen 2:46-47 lezen wij derhalve dan ook over de volgelingen van Yeshua: “En voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden G’d en stonden in de gunst bij het gehele volk. En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden.” – Zij stonden in de gunst van het gehele volk, het Joodse volk wel te verstaan. Waarom? Omdat zij zich door niets van de overige Joden onderscheidden, behalve door hun geloof in onze Mashiach [Messias] Yeshua. Zij vierden de Shabat en de Joodse feestdagen, zoals messiasbelijdende Joden in Israël en daarbuiten dat nu weer doen. En zolang de eerste bekeerde heidenen in bescheiden aantal in de Gemeente kwamen en zich aan de bestaande huisregels hielden, was er ook nog niets aan de hand. De problemen begonnen eigenlijk pas toen het aantal gelovigen uit de volken (heidenen) dermate groeide dat zij uiteindelijk in de meerderheid waren en als het ware een coup pleegden! De bestaande, door G’d zelf gegeven huisregels (samengevat in de Tora) werden buiten werking gesteld en door nieuwe, door mensen bedachte regels en wetten (samengevat in catechismen en allerlei kerkordes) – vervangen. De bijbelse feestdagen werden door heidense feestdagen vervangen, die uiteraard eerst in een christelijk jasje zijn gestopt, zodat het minder opvalt dat de oorsprong daarvan pure afgoderij is. De bijbelse kalender werd door een heidense kalender vervangen en tot de dag van vandaag neemt men bij het opnoemen van weekdagen en maanden de namen van afgoden in de mond. Alles went, en zolang men het maar vaak genoeg doet vindt men het uiteindelijk normaal. De door G’d zelf ingestelde Shabat werd uiteraard ook niet ontzien en door de zondag vervangen, de dag die oorspronkelijk aan de zonnegod gewijd was, zoals de naam reeds doet raden. Kort daarna heeft men ook het Oude Testament vervangen door het Nieuwe, met de redenering: “Het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen!” (2 Korinthiërs 5:17). Vroeger mochten rooms-katholieke gelovigen niet eens een hele Bijbel in huis hebben; alleen het Nieuwe Testament was toegestaan, want men beschouwde het Oude Testament ten eerste voor afgedaan en ten tweede als een boek van de misdaden en de ontrouw van het hardnekkige, Joodse volk! En nadat de Gemeente uiteindelijk volledig “ontjoodst” was en verder niets meer te vervangen overbleef, werd tenslotte geheel Israël door de Kerk vervangen! Men redeneerde namelijk: omdat de Joden de Messias hadden verworpen had G’d hen verworpen, en ditmaal voorgoed! Dr. Hans Jansen schreef hierover: “In het centrum van de theologie van de oude kerk staat de theologische visie, dat de kerk-uit-de-volken (heidenen) uitverkoren is om de erfenis van het nu verworpen Joodse volk over te nemen.” De gedachte dat de Kerk de plaats van Israël heeft ingenomen in G’ds heilswerk is dus de oudste dwaalleer binnen het christendom en volledig in strijd met G’ds Woord! Volgens de Bijbel is namelijk Israël de Gemeente, maar volgens de vervangingsleer is de Gemeente Israël, dus net andersom! De Kerk kwam in de plaats van Israël! Je zou eigenlijk beter kunnen zeggen: de Kerk kwam in de plaats van de Gemeente en het wordt de hoogste tijd dat de Kerk weer Gemeente wordt!

Heroriëntatie

Ik zal u in het kader van deze bijbelstudie niet vermoeien met voorbeelden van het vele leed dat door de eeuwen heen het Joodse volk werd aangedaan als direct gevolg van de geestelijke verwoestende uitwerking van ongekende mate, die de vervangingsleer heeft gehad. Misschien kom ik er later wel op terug. Ik wil in dit verband slechts vermelden dat bijna 2000 jaar christendom een spoor van bloedige Jodenvervolging laat zien en dat is mijns inziens ruim voldoende reden om de christelijke theologie en de kerken te zuiveren van anti-joodse tendensen en de Joodse identiteit van de Gemeente te herontdekken. Ik ben daarom blij om te constateren dat ondanks het feit dat het vervangingsdenken er nog ruimschoots aanwezig is tot in de evangelische kringen toe, toch veel christenen zich vandaag de dag met Israël en het Jodendom bezig houden en er ook weer veel mensen zijn die aan de bijbelse opdracht voldoen om Jeruzalem de vrede toe te bidden. Toch wil ik hierbij de kanttekening maken, dat het niet voldoende is om zich geheel vrijblijvend uit interesse of schuldgevoel met Israël bezig te houden. Wie nu belijdt Yeshua haMashiach [Jezus Christus] en de Bijbel serieus te nemen in zijn leven zal zich ook ernstig moeten afvragen of hij niet méér moet gaan leven en geloven zoals Yeshua en Zijn leerlingen dat deden. En dan komt men onherroepelijk bij het messiasbelijdende Jodendom uit en daarmee ook bij Israël! Wie zich een ware volgeling van Yeshua weet, zal zich daarom niet alleen maar uit belangstelling of solidariteit met Israël en het rabbijnse Jodendom bezig moeten houden, maar ontkomt er niet aan zich ten behoeve van zijn eigen leven en geloven en dat van zijn gemeente of kerk waartoe hij behoort, intensiever op het messiasbelijdende Jodendom te oriënteren. Temeer als men een leidinggevende positie in de gemeente bekleed moet men zich realiseren dat er geen zegen kan rusten op een kerk die op haar beurt Israël niet zegent! De Eeuwige heeft immers in ty>arb B’reshit [Genesis] 12:3 aan Av’raham [Abraham] en het volk Israël plechtig beloofd: “Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken!” Het moge duidelijk zijn dat de houding van G’d naar de gemeente toe mede bepaald wordt door de houding van de gemeente naar G’ds oogappel Israël toe: zegen voor zegen, vervloeking voor vervloeking, onverschilligheid voor onverschilligheid en tenslotte ook vervanging voor vervanging! Christenen die nog steeds heilig ervan overtuigt zijn dat de Kerk-uit-de-heidenen in de plaats van Israël zou zijn gekomen, moeten daarom ook niet vreemd opkijken dat de moslims evenzo heilig ervan overtuigt zijn dat de Islam in de plaats van zowel Israël alsóók van de Kerk gekomen zou zijn, want beiden hebben immers gefaald in hun ogen, en dat is een fundamenteel gegeven in de Qur’an [Koran]! Musa [Mozes] was een profeet, Isa [Jezus] was ook een profeet, maar Muhammad [Mohamed] was de laatste en grootste van alle profeten, want hij was de bood-schapper van de laatste openbaring. De Joden zijn niet het volk van G’d, want zij faalden en de christenen zijn ook niet het volk van G’d, want zij faalden eveneens! De moslims daarentegen zijn wel het volk van G’d, want zij doen wat in de Qur’an staat! Bent u het hiermee eens? Heeft de Islam inderdaad zowel Israël alsook de Kerk vervangen in G’ds heilsplan? Natuurlijk niet! Weet daarom goed wat u zegt of denkt wanneer u er nog steeds van uitgaat dat de Kerk in de plaats van Israël zou zijn gekomen. Want als het inderdaad mogelijk was dat G’d Israël ondanks Zijn onvoorwaardelijke en eeuwige beloften door de Kerk had vervangen, dan zou Hij het zeer zeker ook met de Kerk doen, want redenen daarvoor zijn er ruimschoots aanwezig! Maar gelukkig is onze G’d, de G’d van Israël anders dan Allah zoals die in de Qur’an [koran] wordt voorgesteld! G’ds uitverkiezing is onherroepelijk! U ziet in elk geval dat er een geweldig verschil ligt tussen de bekering van een Jood of van een heiden: een Jood die Yeshua aanneemt, komt gewoon naar huis, maar een heiden die Jezus aanneemt, wordt toegevoegd!

Erfgenamen en mede-erfgenamen

Juridisch gezien bevindt zich iemand die toegevoegd is in een andere rechtspositie dan degene die er al was, en dat wordt vooral duidelijk bij het toekennen van een erfdeel. Na het overlijden van een rijke persoon staan de erfgenamen in de rij om een zo groot mogelijk deel van het vermogen als erfdeel te ontvangen, zelfs ook als men met de overledene reeds vele jaren geen contact heeft gehad. Dikwijls ontstaat er onderling nogal ruzie over de vraag wie de meeste rechten heeft en het wil ook nog wel eens gebeuren dat men gaat trouwen met de enige erfgenaam om mede-erfgenaam te worden omdat men op de kostbare erfenis aast! En vooral uit Amerika horen we vaak dat de mede-erfgenaam na een tijdje weer gaat scheiden om daarbij “zijn” of “haar” deel van de erfenis op te eisen, soms wel miljoenen! Het is daarom van groot belang om via de notaris de rechten van de wettige erfgenamen en de later toegevoegde mede-erfgenamen in het testament vast te leggen. Meestal wordt het zodanig geformuleerd, dat er van rechten voor de mede-erfgenamen alleen maar sprake is binnen het huwelijk, dus in relatie met de wettige erfgenaam. En precies zo is het eigenlijk ook met de Gemeente! Door het geloof in de Joodse Messias zijn de gelovigen uit de heidenen toegevoegd in de toen reeds bestaande Gemeente, Israël, en zijn dus mede-erfgenamen geworden. Hun relatie met de wettige erfgenamen, de Joden, was gebaseerd op ware liefde en daardoor mochten zij delen in de kostbare erfenis en genoten derhalve ook dezelfde rechten. Helaas heeft de Kerk zich later gedragen zoals ik hierboven reeds als voorbeeld heb aangehaald: deze mede-erfgenaam heeft zich laten scheiden, de wettige erfgenaam de deur uitgezet en heel brutaal de hele erfenis voor zichzelf opgeëist! Zij heeft daarbij echter vergeten, dat ook in dit geval in het testament (het Nieuwe Testament) is vastgelegd, dat zij als mede-erfgenaam uitsluitend recht heeft op de erfenis binnen de relatie met de wettige erfgenaam, anders niet! Wil men dus de zegen ervaren, dient deze relatie eerst hersteld te worden en moet men de erfgenaam zijn rechtmatige positie teruggeven! Ook Sha’ul haShaliach [de apostel Paulus] spreekt in zijn brief aan de Efeziërs over mede-erfgenamen om de plaats van de gelovigen-uit-de-volken in de Gemeente aan te geven en duidelijk te maken dat niet Israël bij hun moet komen, maar dat zij bij Israël zijn ingetrokken: “Bedenkt daarom dat gij, die vroeger heidenen waart naar het vlees, en onbesneden genoemd werdt door de zogenaamde besnijdenis, die werk van mensenhanden aan het vlees is, dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder G’d in de wereld. Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in Zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met G’d te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. En bij Zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren; want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader. Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten G’ds, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede G’ds in de Geest. Daarom is het, dat ik, Paulus, die ter wille van Christus Jezus voor u, heidenen, in gevangenschap ben; Gij hebt immers gehoord van de bediening door G’ds genade mij met het oog op u gegeven: dat mij door openbaring het geheimenis bekendgemaakt is, gelijk ik boven in het kort daarvan schreef. Daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in het geheimenis van Christus, dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de heiligen, Zijn apostelen en profeten: dit geheimenis, dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, mede-leden en mede-genoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie, waarvan ik een dienaar geworden ben naar de genadegave G’ds, die mij geschonken is naar de werking Zijner kracht.” (Efeziërs 2:11-22 en 3:1-7). – Sha’ul [Paulus] schrijft hier, dat de heidenen vóór hun bekering uitgesloten waren van het burgerschap van Israël, want zij behoorden niet tot de Gemeente van Yeshua [Jezus] en hadden geen gemeenschap met haar, want die was beperkt tot het volk van Israël. Maar nu mogen zij er bijhoren: zij zijn inderdaad mede-erfgenamen, mede-burgers, mede-leden en mede-genoten geworden. Maar vergeet niet, dat daar overal het woordje mede– voorstaat! Het is geen gering voorrecht te behoren tot de gemeente van Yeshua, en met al haar leden deel te hebben aan haar bijzondere erfenis! Verder schrijft Sha’ul, dat de heidenen eerst vreemd waren aan de verbonden der belofte, verbonden dus in meervoud, want zowel het Oude Verbond alsóók het Nieuwe Verbond heeft de Eeuwige op de eerste plaats met Zijn volk Israël gesloten: “Zie, de dagen komen, luidt het woord van Adonai [de HERE], dat Ik met het huis van Israel en het huis van Juda een Nieuw Verbond sluiten zal. Niet zoals het Verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: Mijn Verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik Heer over hen ben, luidt het woord van Adonai. Maar dit is het Verbond, dat Ik met het huis van Israel sluiten zal na deze dagen, luidt het woord van Adonai: Ik zal Mijn Tora [wet] in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een G’d zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent Adonai [de HERE]: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord van Adonai, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.” (vhymry Yir’m’yahu [Jeremia] 31,30-34). Nu is de scheiding tussen Jood en heiden weggenomen door Yeshua, die Zijn bloed gegeven heeft tot verzoening en ten behoeve van de hele wereld. Jood en heiden zijn tot elkaar genaderd, omdat ze samen, door Yeshua aan te nemen, genaderd zi
jn tot G’d. In G’ds Zoon vinden alle ware gelovigen elkaar door
Ruach haQodesh [de Heilige Geest] en worden alle tegenstellingen overbrugd. De Gemeente van Yeshua geeft hier vorm en gestalte aan. In de verzen 19 t/m 22 van het aangehaalde hoofdstuk 2 uit de Efezenbrief worden heerlijke dingen gezegd van deze heilige gemeenschap. Dáár woont Yeshua zelf! Maar onthoud: Hij is onze Vrede, de Vredevorst, Sar Shalom, die de echte vrede en éénheid maakt en doet verkondigen! Maar wat de Eeuwige bedoelde als een éénheid hebben mensen weer gescheiden! Terwijl Yeshua de tussenmuur, die scheiding maakte tussen Joden en heidenen, heeft weggebroken om twee één te maken, heeft de Kerk de muur zelf weer opgetrokken door alles wat Joods was, af te schaffen, Yeshua van Zijn volk Israël los te koppelen en voor zichzelf te annexeren! En alsof de weer opgetrokken muur tussen Israël en de Kerk nog niet erg genoeg was, hebben de christenen onderling nog een heleboel andere muren, als het ware tussenmuren, die kerken van elkaar scheiden, opgetrokken zodat er een heuse doolhof is ontstaan waarin men behoorlijk kan verdwalen! En met betrekking tot de Joodse identiteit van de Gemeente zijn reeds ontelbare christenen verdwaald en afgedwaald! Sha’ul zegt in de Korinthenbrief, dat onze G’d een G’d van orde is en niet van wanorde. Het had eigenlijk heel duidelijk en overzichtelijk kunnen zijn: één Gemeente, waarin Jood en Griek, man en vrouw samen de HERE zouden dienen, loven en aanbidden! Maar door eigenwijsheid, hoogmoed, koppigheid en onverdraagzaamheid van mensen, die zich “gelovigen” noemen, is het helemaal niet meer zo duidelijk! Wie mag zich tegenwoordig nog de legitieme erfgenaam noemen? Welke kerk mag van zichzelf zeggen, dat zij de Gemeente is waarvan de Bijbel spreekt? Is het echt de rooms-katholieke Kerk? Daar beweert men inderdaad dat de paus de vervanger van Christus op aarde is en katholiek betekent immers ook “algemeen” ofwel “algeheel”. Of zijn het de Samen-op-Weg-Kerken bij elkaar? Of mischien zijn het toch wel de Baptisten- Methodisten- Adventisten- of Evangelische Gemeenten? Er zijn nog wel tientallen of mischien zelfs honderden kerken, sekten of groepen te noemen, die allemaal aanspraak op de legitieme naam “de Gemeente” zouden kunnen maken! Tijdens de Sedermaaltijd in de nacht voor Pesach bad Yeshua in het hoogpriesterlijke gebed voor de éénheid van Joden en heidenen in de Gemeente: “En Ik bid niet alleen voor dezen [de Joden], maar ook voor hen [de heidenen], die door hun woord [zending] in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.” ( Yochanan [Johannes] 17:20-23). – In ,ylht Tehilim [Psalmen] 78:52 wordt het volk Israël vergeleken met een kudde schapen: “Hij liet Zijn volk als schapen optrekken, leidde hen als een kudde door de woestijn” en in Yochanan [Johannes] 10:16 zegt Yeshua: “Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één Herder.” – De andere schapen zijn de gelovigen-uit-de-volken en ook uit deze tekst blijkt duidelijk dat de kudde Israël is en de schapen zijn de gelovige Joden. De andere schapen hoorden er eerst niet bij, maar worden door Yeshua toegevoegd, zodat het één kudde zal zijn met één Herder! Let wel: zij worden toegevoegd en komen niet in de plaats van de schapen die er al waren! De kudde wordt met de komst van de andere schapen niet vervangen! Het is nog steeds dezelfde kudde: Israël! Het was de nadrukkelijke wens van de Goede Herder dat het één kudde zal worden. Maar terwijl Yeshua aan het kruis riep: “Het is volbracht!”, namelijk dat Hij o.a. de éénheid en verzoening tussen de Joden en heidenen teweeg had gebracht, zijn de gelovigen nog steeds bezig wat Hij samengevoegd heeft te scheiden. Dat dit heeft kunnen gebeuren komt door het niet goed luisteren naar en niet goed lezen (of niet goed vertalen) van hetgeen wat Sha’ul [Paulus] vooral in Romeinen 9-11 en Efezen 11 zo heeft benadrukt!

In het reine komen met Israël

Israël is het slachtoffer geworden van de enorme moeite, die de gelovigen uit de volken hadden en nog hebben om de heidense afgoderij volledig los te laten en zich radicaal over te geven aan de G’d van Israël en zich te laten redden door een Redder, die niet uit hun eigen midden komt, maar uit het Joodse volk. Men heeft er moeite mee om te erkennen dat de redding der volken daarin ligt, dat zij de slip van de Joodse man moeten vastgrijpen ( Zechar’ya [Zacharia] 8:23) en deze Joodse man is Yeshua, die ooit als Koning der Joden terug zal komen naar Israël om vanuit Jeruzalem te regeren! Ik wil daarom nogmaals herhalen: wie zijn hart aan de Heer gegeven heeft en het ook echt meent, de Bijbel als woord van G’d serieus neemt, moet zich ervoor inzetten dat zijn kerk in het reine komt met Israël, want wij zien overal om ons heen dat het in praktisch alle kerken behoorlijk rommelt! Traditionele kerken lopen leeg en de evangelische gemeenten krijgen de ene scheuring en afsplitsing na de andere te verduren (hoeveel scheuringen heeft niet alleen al de zogenaamde “Toronto-Blessing” veroorzaakt?) en ondertussen blijft men maar bidden voor een opwekking, die maar niet wil komen. En dat is ook logisch want eerst moet de blokkade weg worden genomen. Eerst moet hersteld worden wat vervangen is! Men moet de wettige erfgenaam zijn erfdeel teruggeven waar hij recht op heeft en de onderlinge liefdesrelatie herstellen! Een kerk of gemeente heeft geen enkel bestaansrecht buiten Israël om, en daarom is er ook geen hoop op een vernieuwing van de gemeente of op een opwekking zonder dat de kerk in het reine komt met Israël. Er is geen echte zendingsvisie mogelijk zonder een juist zicht op de plaats en identiteit van Israël en er is ook geen visie op G’ds Koninkrijk mogelijk zonder Israël en ook geen eindtijdverwachtingen, want Yeshua komt niet op de Mount Everest terug maar op de Olijfberg, en Hij zal niet vanuit Den Haag regeren, maar vanuit Jeruzalem! De hele bijbelse boodschap, waarin de komst en de wederkomst van de Messias centraal staat, is niet los van Israël te maken. Ook de wekelijkse rustdag en de christelijke feestdagen krijgen pas hun volle diepere betekenis als ze weer teruggekoppelt worden aan de Shabat en de Joodse feestdagen, waar ze oorspronkelijk aan vast zaten. Zonder Pesach kan men de kern van het Paasevangelie niet bevatten en zonder Shavuot weet niemand waarom Ruach haQodesh [de Heilige Geest] uitgerekend met Pinksteren is uitgestort en zonder Yom Kipur is het niet te begrijpen waarom Yeshua de zonden der wereld op Zich nam en voor ons de straf droeg! Ik ga hier in aparte bijbelstudies nader op in. Het gaat er nu om, dat de kerk weer terug moet naar de edele olijf, waarvan zij zichzelf heeft afgesneden door Israël los te laten! Het is nu de tijd, want G’d is bezig met de uitvoering van Zijn drievoudige herstelplan voor Israël, zoals wij in Psalm 85:1-3 kunnen lezen: “Gij zijt uw land goedgunstig geweest, o Eeuwige, in het lot van Ya’aqov [Jakob] hebt Gij een keer gebracht; Gij hebt de ongerechtigheid van uw volk vergeven, al hun zonden bedekt.” 1. Het land werd verlost. De verwoeste steden zijn weer opgebouwd en in 1948 de staat Israël hersteld. 2. In het lot van Jakob is een keer gebracht. Het Joodse volk is teruggekomen uit de verstrooiing en is daar nog steeds mee bezig. 3. Het geestelijk herstel. De opkomst en snelle groei van messiasbelijdende Joodse gemeenten in Israël en daarbuiten zijn een zichtbaar teken van het geestelijk herstel en bij dit laatste hoort de kerk uit de heidenen actief bij betrokken te zijn. Het is nú de tijd, want evenals het herstel van Israël als staat en natie verloopt ook het geestelijke herstel van de Gemeente in drie fasen: 1. de reformatie, 2. de charismatische beweging en 3. De messiaanse beweging. Vanuit het profetische Woord gezien zitten we nu in de derde en laatste fase van G’ds herstelplan van zowel Israël als land en volk alsook van Israël als Gemeente, het lichaam van Yeshua! De Eeuwige heeft Zijn volk weer op Zijn plaats gezet en maakt het klaar voor de wederkomst van de Mashiach [Messias] en Zijn Rijk. Nu is het de beurt aan de kerk, want het feit dat de Eeuwige zo duidelijk Zijn trouw aan Zijn volk toont en bewijst dat Hij nog steeds de G’d van Israël is en dat Israël nog steeds het volk van G’d is, heeft uiteraard diepgaande consequenties voor de kerk! Het blijkt nu dat er in G’ds heilsplan helemaal niets vervangen is en het is de hoogste tijd dat de christenen hun vervangingsdenken vervangen door een Bijbels denken over Israël!

Het oordeel over de kerk

Het is nu de hoogste tijd dat de kerk met Israël in het reine moet komen, want zij heeft Israël geestelijk en soms ook letterlijk beroofd, terwijl het achtste gebod zegt: “Gij zult niet stelen!” en dat blijft niet zonder gevolgen: “Want, zo zegt de Here der heerscharen, wiens heerlijkheid mij gezonden heeft, aangaande de volken die u uitgeplunderd hebben – want wie u aanraakt, raakt Zijn oogappel aan -: voorwaar, zie, Ik beweeg Mijn hand tegen hen!” (Zechar’ya [Zacharia] 2:8). Wat hier over de volken wordt gezegd, slaat dus óók op de gelovigen uit de volken: “Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis G’ds; als het bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen, die ongehoorzaam blijven aan het evangelie G’ds?” (1 Petrus 4:17). De kerk heeft G’ds oogappel als gevolg van de vervangingsleer veel leed aangedaan, en daarom komt er nu een oordeel over de kerk en de straf voor al datgene wat de christenen de Joden in de loop der eeuwen hebben aangedaan wordt steeds duidelijker zichtbaar en staat precies in verhouding tot het vergrijp:

 

  • De kerk heeft Israël vervangen en dreigt nu zelf te worden vervangen door de islam of new age.
  • De kerk heeft zich alle beloften van Israël toegeëigend en liet de vervloekingen over aan de Joden. Wij zien nu dat er in alle kerken problemen, scheuringen en ruzies komen en er van zegen weinig te merken is.
  • De kerk heeft Israël van zijn identiteit als Gemeente en Volk van G’d beroofd en is nu zelf in een enorme identiteitscrisis terecht gekomen.
  • De kerk heeft de Joden versmaad en veracht en nu worden de christenen vaak over de nek aangekeken of belachelijk gemaakt.
  • De kerk wilde het Jodendom laten verdwijnen en nu is zij door de enorme leegloop zelf een kleine minderheid geworden.
  • De kerk vervolgde en verstrooide de Joden over de hele wereld en is nu zelf in vele landen verstrooid, verscheurd, verdeeld en gesplitst in allerlei denominaties.
  • De kerk heeft de Joodse feestdagen door heidense feestdagen vervangen. Nu zijn er inmiddels ook landen waar christelijke feestdagen worden ingeleverd om plaats te maken voor islamitische en hindoeïstische feestdagen.
  • De kerk heeft de Shabat [sabbat] als rustdag vervangen door de zondag en nu raakt men in Nederland onder de paarse regering ook de zondag als rustdag kwijt.

 

Het herstel van de Gemeente

Redenen genoeg voor de kerken om naar de Joden toe oprecht en openlijk schuld te belijden en berouw te tonen om met Israël in het reine te komen. Diepgaande bezinning op de relatie tussen Israël en de kerk uit de heidenen is nodig. Israël moet weer haar Bijbelse plaats innemen in het belijden, in de verkondiging en in de geloofspraktijk van elke dag. Voor het herstel van het oorspronkelijke Joodse karakter van de Gemeente is het noodzakelijk dat men een proces van hervorming van het christendom aangaat, waarbij alle elementen en praktijken die duidelijk in strijd zijn met de Joodse oorsprong verwijderd dienen te worden, vooral degenen waarvan men kan aannemen dat Yeshua zelf die zou hebben afgewezen! Ik denk daarbij onder andere aan het opstellen van een versierde kerstboom in de kerk of het beschilderen van paaseitjes door de kinderen in de zondagsschool! Andersom dienen zowel de Shabat alsook de Bijbelse feestdagen weer in de kerk gaan leven en de volle Bijbelse inhoud krijgen, uiteraard met een duidelijke messiaanse invulling. De Gemeente is toe aan een heroverweging van de plaats en de functie van de Tora [wet] in leer en leven. Men moet leren te onderscheiden tussen de G’ddelijke wetten en geboden en menselijke inzettingen en tradities zoals Joodse rabbinale gebruiken, en die onderscheiding in praktijk brengen. De kerk moet gezuiverd worden van elke vorm van antisemitisme, want antisemitisch betekent letterlijk anti-G’d, je zou dus eigenlijk ook anti-christ kunnen zeggen. Semieten zijn nakomelingen van Sem en Sem is in het Hebreeuws ,> Shem hetgeen “naam” betekent. En dat is een typisch Joodse omschrijving voor de naam van G’d:  haShem [de Naam]. De kerk moet weer gaan zoeken naar de Bijbels-Joodse wortels van het christelijk geloof. Chuck Cohen, voorganger van een messiasbelijdende gemeente in Jeruzalem, zei eens: “Het beeld van de Kerk is de kerstboom! Hij ziet er van buiten schitterend uit, prachtig versiert, maar na de kerst kan je hem weggooien, want hij gaat dood omdat hij geen wortels heeft. Ook de kerk is ontworteld en zonder haar Joodse wortels gaat zij net zo dood als de kerstboom! Daarom moet de kerk weer terug naar de edele olijf, waar zij zichzelf van heeft afgesneden door Israël los te laten. Paulus geeft in de brief aan de Romeinen een hele uitleg over Israël, dat door G’d niet verworpen is zoals de gelovigen uit de heidenen veronderstelden, en hij gebruikt het voorbeeld van de olijfboom om hun verhouding met Israël te verduidelijken. Ik bewaar dit echter voor een volgende bijbelstudie, omdat Paulus drie hele hoofdstukken in de Romeinenbrief aan de rol en plaats van zowel het gelovige deel van de Joden alsook van de gelovigen uit de volken besteed. Hij moest alles op een rijtje zetten want door de grote toestroom van bekeerde heidenen ontstonden er echt wel problemen in de toen nog puur Joodse Gemeente. Paulus kampte met de moeilijke vragen, hoe hij aan de Joden Bijbels kon bewijzen dat de gelovigen uit de volken er ook bij mochten horen en wel zonder besnijdenis en andersom hoe hij aan de heidenen kon duidelijk maken dat Israël niet verworpen heeft en zij dus niet in de plaats van de Joden zijn gekomen. Ik denk dat hij het heel moeilijk heeft gehad om die twee stromingen binnen de gemeente bij elkaar te houden. Het voorbeeld van de edele olijf en de wilde loten neemt in zijn betoog een centrale plaats in en ik denk dat het goed is om aan de drie hoofdstukken van de Romeinenbrief een aparte bijbelstudie te wijden.

Conclusie

Samenvattend kunnen wij dus concluderen, dat het gelovige deel van Israël de Gemeente is, want reeds in Div’rei haYamim alef [1 Kronieken] 28:8 lezen wij: “Nu dan, ten aanschouwen van geheel Israël, de gemeente des Heren, en ten aanhoren van onze G’d zeg ik u: onderhoudt en onderzoekt alle geboden van de Eeuwige, uw G’d, opdat gij dit goede land moogt bezitten, en voor altijd geven tot een erfenis aan uw zonen na u.” Vanaf het begin was het de bedoeling van de Eeuwige dat ook heidenen in de gemeente mochten komen, want in Bamidbar [Numeri] 15:15 wordt gezegd: “Wat de gemeente betreft, eenzelfde inzetting zal gelden zowel voor u als voor de vreemdeling die bij u vertoeft; een altoosdurende inzetting zal het zijn voor uw geslachten: gij en de vreemdeling zullen voor de Eeuwige gelijk zijn. Eenzelfde wet en eenzelfde voorschrift zal gelden zowel voor u als voor de vreemdeling die bij u vertoeft.” U ziet het: in de Gemeente is geen onderscheid tussen Israëlieten en heidenen, maar men mag niet vergeten wie de gemeente is: Israël! De gelovigen uit de heidenen zijn als het ware “geestelijke immigranten” en dienen zich wel aan de bestaande wetten te houden zoals ook in elk land van nieuwe immigranten wordt verwacht en zoals de Eeuwige hierboven heeft opgedragen! Onder het Nieuwe Verbond hoeven zij echter niet genaturaliseerd worden tot staatsburgers van het immigratieland. Ze mogen hun eigen nationaliteit behouden, maar krijgen een permanente verblijfsvergunning, een vergunning tot vestiging. Ze hoeven geen Joden meer te worden en zich te laten besnijden, wat onder het Oude Verbond eerst wel het geval was. Zij integreren met behoud van de eigen identiteit. Zij worden dus geen Israëlische staatsburgers, maar krijgen volgens de Efezenbrief wel de burgerrechten van Israël, de gemeente des Heren. G’d heeft geen twee gemeenten, zoals Hij ook geen twee bruiden heeft, want Hij is getrouw! Als in Openbaring 21:9 en 22:17 en ook andere plaatsen in verband met de gemeente gesproken wordt over de bruid, de vrouw van het Lam, dan heeft men het over de zelfde bruid waarover het hele boek ,Shir haShirim [Hooglied] gaat: Israël! De Eeuwige zelf heeft Israël tot bruid verkozen, zoals wij ook elders lezen: “Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming; Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de Eeuwige kennen.” ( Hoshea [Hosea] 2:18-19). Yeshua zei tegen Zijn Talmidim [discipelen] de bekende woorden: “Gij zijt het licht der wereld.” (Matit’yahu [Matthéüs] 5:14). Woorden van de zelfde strekking vinden wij echter ook in vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 49:6, waar wij aldus lezen: “Ik stel u tot een licht der volken, opdat Mijn heil reike tot het einde der aarde.” – De Eeuwige belooft aan Israël een prachtige toekomst: “Eens echter zullen de kinderen Israëls talrijk wezen als het zand der zee, dat niet te meten of te tellen is. En ter plaatse waar tot hen gezegd wordt: ymi al Lo Ami [Gij zijt mijn volk niet], zullen zij genoemd worden kinderen van de levende G’d.” ( Hoshea [Hosea] 1:10). Maar de gelovigen uit de volken geeft Hij een grote opdracht: “Een ieder, die gelooft, dat Yeshua [Jezus] de Mashiach [Christus] is, is uit G’d geboren; en ieder, die Hem liefheeft, die deed geboren worden, heeft ook degene lief, die uit Hem geboren is. Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen G’ds liefhebben, wanneer wij G’d liefhebben en Zijn geboden doen. Want dit is de liefde G’ds, dat wij Zijn geboden bewaren. En Zijn geboden zijn niet zwaar, want al wat uit G’d geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof!” (Yochanan alef [1 Johannes] 5:1-4).

Laatste wijziging op: 24-09-2008 09:23

Send this to friend

Spring naar werkbalk