Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars
april 23, 2016
Sta op, Mijn vriendin, Mijn allermooiste – Hooglied
april 25, 2016
Show all

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon

 “Voor Iedere Morgen”

Op grond van dit alles sluiten wij een vaste overeenkomst. Nehemia 9:38

Er zijn in ons leven veel momenten waarop wij ons verbond met God mogen vernieuwen. Nadat wij van een ziekte zijn genezen, is het helemaal op zijn plaats om dit te doen. Denk aan Hizkia. Er werd een aantal jaren aan zijn leven toegevoegd. Als wij in benauwdheid waren en redding ontvingen, is het ook gepast om de voet van het kruis op te zoeken en onze toewijding te vernieuwen. Maar laten we het in ieder geval doen na een zonde die de Heilige Geest heeft bedroefd, of de zaak van God schade heeft toegebracht. Laten we dan zien op het bloed, dat ons witter kan maken dan sneeuw. Laten we onszelf opnieuw aan de Heere overgeven.  Het is niet alleen de tegenspoed die onze toewijding aan God moet bevestigen, maar het is ook belangrijk dat de voorspoed die wij ontvangen, deze toewijding in ons leven uitwerkt. Als God ons kroont met zegeningen, moeten wij Hem ook kronen. Laten we de juwelen van de kroon van God tevoorschijn halen uit het juwelenkistje van ons hart. Laten we God op de troon van onze liefde zetten. Als we onze winst zouden doen met de voorspoed die we ontvangen, zouden we niet zoveel tegenspoed nodig hebben. Misschien heb je onlangs een onverwachte zegen ontvangen. Misschien heeft de Heere je in de ruimte gezet. Kun je zingen van veel goedertierenheden van de Heere ten opzichte van jou? Dan is het vandaag de dag om de hoornen van het altaar vast te pakken, en te zeggen: ‘Heere mijn God, bind mij hier voor eeuwig vast.’ Als we ervaren dat we nieuwe vervullingen van Gods beloften nodig hebben, laten we dan nieuwe gebeden van toewijding aan de Heere offeren. Laten we vanmorgen als antwoord op het lijden en sterven van de Heere Jezus (waar we de afgelopen tijd met elkaar bij stilgestaan hebben)  een vast verbond met Hem maken.

“And because of all this we make a sure covenant.”—Nehemiah 9:38.

THERE are many occasions in our experience when we may very rightly, and with benefit, renew our covenant with God. After recovery from sickness when, like Hezekiah, we have had a new term of years added to our life, we may fitly do it. After any deliverance from trouble, when our joys bud forth anew, let us again visit the foot of the cross, and renew our consecration. Especially, let us do this after any sin which has grieved the Holy Spirit, or brought dishonour upon the cause of God; let us then look to that blood which can make us whiter than snow, and again offer ourselves unto the Lord. We should not only let our troubles confirm our dedication to God, but our prosperity should do the same. If we ever meet with occasions which deserve to be called “crowning mercies” then, surely, if He hath crowned us, we ought also to crown our God; let us bring forth anew all the jewels of the divine regalia which have been stored in the jewel-closet of our heart, and let our God sit upon the throne of our love, arrayed in royal apparel. If we would learn to profit by our prosperity, we should not need so much adversity. If we would gather from a kiss all the good it might confer upon us, we should not so often smart under the rod. Have we lately received some blessing which we little expected? Has the Lord put our feet in a large room? Can we sing of mercies multiplied? Then this is the day to put our hand upon the horns of the altar, and say, “Bind me here, my God; bind me here with cords, even for ever.” Inasmuch as we need the fulfillment of new promises from God, let us offer renewed prayers that our old vows may not be dishonoured. Let us this morning make with Him a sure covenant, because of the pains of Jesus which for the last month we have been considering with gratitude.

Send this to friend

Spring naar werkbalk