Abel werd herder van kleinvee – C.H. Spurgeon
januari 20, 2016
Het hout van de wijnstok
januari 22, 2016
Show all

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon

 “Voor Iedere Morgen”

En zo zal heel Israël zalig worden. Romeinen 11 vers 26,

Toen Mozes zijn lied zong bij de Rode Zee, was het voor hem een vreugde om te weten dat heel Israël behouden was. Geen vlokje schuim spatte van de muur van water, tot de laatste van het volk van God zijn voet op de andere oever had gezet. Nauwelijks was dit gebeurd, of het water kwam weer terug. Maar het gebeurde ook geen moment eerder. Een stukje uit het lied van Mozes luidt: ‘U leidde in Uw goedertierenheid dit volk, dat U verlost hebt (Exodus 15).’ In de laatste tijden, als de uitverkorenen het lied van Mozes en het Lam zullen zingen, zal het de roem van de Heere Jezus zijn dat Hij uit degenen die aan Hem gegeven zijn, niemand verloren heeft. Er zal geen lege troon in de hemel staan.

Daar zal het gans getal
zich voor Gods troon ontmoeten.
En met verhoogd geschal
en lof, elkaar begroeten.

Even zoveel mensen als er door God zijn uitverkoren, heeft Christus verlost en heeft de Geest geroepen. Zovelen als in de Heere Jezus geloven, zullen de zee doorgaan. Wij zijn nog niet allemaal veilig aangeland.

Reeds zie ‘k een deel van het leger aan de overzijde staan,
terwijl ‘k een ander deel nog door de stroom zie gaan.

De voorhoede van het leger heeft de oever al bereikt. Wij gaan nog door de afgrond, wij volgen op dit moment onze Leidsman, en gaan door het hart van de zee. Laten wij goede moed hebben, want de achterhoede zal al snel komen op de plaats waar de voorhoede al is! De laatsten van de uitverkorenen zullen binnenkort door de zee gegaan zijn. Als allen behouden aangekomen zijn, zal het overwinningslied gehoord worden. Maar o, als er één van de uitverkorenen uitgeworpen zou worden en achter zou blijven, het zou een eeuwige weerklank in het lied van de verlosten geven. Het zou de snaren van de harpen in het paradijs ontstemmen en zij zouden nooit meer een melodie voort kunnen brengen.

Spurgeon’s Morning Meditations

“And so all Israel shall be saved.”—Romans 11:26.

Then Moses sang at the Red Sea, it was his joy to know that all Israel were safe. Not a drop of spray fell from that solid wall until the last of God’s Israel had safely planted his foot on the other side the flood. That done, immediately the floods dissolved into their proper place again, but not till then. Part of that song was, “Thou in thy mercy hast led forth the people which thou hast redeemed.” In the last time, when the elect shall sing the song of Moses, the servant of God, and of the Lamb, it shall be the boast of Jesus, “Of all whom thou hast given me, I have lost none.” In heaven there shall not be a vacant throne. “For all the chosen race Shall meet around the throne, Shall bless the conduct of His grace, And make His glories known.” As many as God hath chosen, as many as Christ hath redeemed, as many as the Spirit hath called, as many as believe in Jesus, shall safely cross the dividing sea. We are not all safely landed yet: “Part of the host have crossed the flood, And part are crossing now.” The vanguard of the army has already reached the shore. We are marching through the depths; we are at this day following hard after our Leader into the heart of the sea. Let us be of good cheer: the rear-guard shall soon be where the vanguard already is; the last of the chosen ones shall soon have crossed the sea, and then shall be heard the song of triumph, when all are secure. But oh! if one were absent—oh! if one of His chosen family should be cast away—it would make an everlasting discord in the song of the redeemed, and cut the strings of the harps of paradise, so that music could never be extorted from them.

Send this to friend

Spring naar werkbalk