En zo zal heel Israël zalig worden
januari 21, 2016
Ik heb een verkorene uit het volk verheven
januari 23, 2016
Show all

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon

 “Voor Iedere Morgen”

Mensenkind, wat heeft het hout van de wijnstok voor op elk ander rankendragend hout dat onder de bomen van het woud is?  Ezechiël 15 vers 2

Deze woorden zijn bedoeld om Gods kinderen te verootmoedigen. Zij worden Gods wijnstok genoemd. Maar wat zijn zij van nature meer dan anderen? Zij zijn door Gods goedheid vruchtbaar geworden, omdat zij in goede grond geplant zijn; zij brengen vruchten voort tot Zijn eer; maar wat zijn zij zonder hun God? Wat zijn zij zonder de onophoudelijke invloed van de Heilige Geest, Die hen vruchtbaar maakt? Laten wij alle trots ver van ons houden, nu wij zien dat wij niets hebben om ons op voor te laten staan. Hoe meer je bezit, hoe meer je in de schuld staat bij God. Je kunt toch niet trots zijn op iets dat je een schuldenaar maakt? Let eens op je afkomst, kijk eens terug naar wie je was. Bedenk wat er van je geworden zou zijn zonder Gods genade. En overdenk dan eens hoe het nu met je is. Staan je niet duizend afdwalingen voor ogen? Vertellen zij je niet dat je onwaardig bent om een zoon van de Vader genoemd te worden? Misschien heb je iets bereikt, maar laat dat je niet zien dat het genade is, die je anders maakte? Misschien mag je een groot geloof bezitten, maar je zou een grote zondaar zijn als God je niet had veranderd. Misschien strijd je voor de waarheid, maar je zou even moedig voor de dwaling gestreden hebben, als de genade je niet gegrepen had. Wees daarom nooit hoogmoedig, hoewel je misschien een hoge rang bekleedt, en veel genade bezit. Het minste voorwerp kun je zelfs niet van jou noemen, behalve je eigen zonde en ellende. Wat zou het absurd zijn, als iemand, die alles wat hij heeft, geleend heeft, zich erop zou beroemen. Je bent een arm, afhankelijk schepsel, dat leeft van de goedheid van de Zaligmaker. Je leven zou wegsterven zonder de frisse levensstromen die uit Jezus vloeien. En toch ben je hoogmoedig! Dwaas hart, wat een schande is dit!

Spurgeon’s Morning Meditations

“Son of man, What is the vine tree more than any tree, or than a branch which is among the trees of the forest?”—Ezekiel 15:2.

These words are for the humbling of God’s people; they are called God’s vine, but what are they by nature more than others? They, by God’s goodness, have become fruitful, having been planted in a good soil; the Lord hath trained them upon the walls of the sanctuary, and they bring forth fruit to His glory; but what are they without their God? What are they without the continual influence of the Spirit, begetting fruitfulness in them? O believer, learn to reject pride, seeing that thou hast no ground for it. Whatever thou art, thou hast nothing to make thee proud. The more thou hast, the more thou art in debt to God; and thou shouldst not be proud of that which renders thee a debtor. Consider thine origin; look back to what thou wast. Consider what thou wouldst have been but for divine grace. Look upon thyself as thou art now. Doth not thy conscience reproach thee? Do not thy thousand wanderings stand before thee, and tell thee that thou art unworthy to be called His son? And if He hath made thee anything, art thou not taught thereby that it is grace which hath made thee to differ? Great believer, thou wouldst have been a great sinner if God had not made thee to differ. O thou who art valiant for truth, thou wouldst have been as valiant for error if grace had not laid hold upon thee. Therefore, be not proud, though thou hast a large estate—a wide domain of grace, thou hadst not once a single thing to call thine own except thy sin and misery. Oh! strange infatuation, that thou, who hast borrowed everything, shouldst think of exalting thyself; a poor dependent pensioner upon the bounty of thy Saviour, one who hath a life which dies without fresh streams of life from Jesus, and yet proud! Fie on thee, O silly heart!

Send this to friend

Spring naar werkbalk