Als je zwak bent ben je toch sterk
november 4, 2016
Verfrist door het levende water van God
november 6, 2016
Show all

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon

 “Voor Iedere Morgen”

Toen Ik voorbij u kwam, zei Ik tegen u in uw bloed: Leef! Ezechiël 16 vers 6

Overdenk deze boodschap van genade met dankbaarheid. Zie hier de majesteit van God in. In onze tekst zien we een zondaar die alleen zonden in zich heeft; hij heeft alleen de toorn van God te verwachten. De eeuwige God gaat in Zijn heerlijkheid voorbij; Hij staat stil, en spreekt een Koninklijk woord: ‘Leef!’ Zo kan alleen God spreken. Wie anders dan Hij zou zo met het leven om kunnen gaan, en het door middel van één enkel woord kunnen uitreiken?  Deze uitspraak is ook veelzijdig. In het woord ‘Leef’ zijn heel veel dingen begrepen. Het is een woord dat rechtvaardig maakt. De zondaar staat op het punt om veroordeeld te worden, maar de Almachtige zegt: ‘Leef!’ en hij staat op, vergeven en gereinigd. Dit leven is een geestelijk leven. Wij kenden Jezus niet, onze ogen konden Christus niet zien, en onze oren konden Zijn stem niet horen. Jehova zei: ‘Leef!’, en wij die dood waren door de overtredingen en de zonden, werden levend gemaakt.
Maar het gaat nog verder. Als God dit woord uitspreekt, wordt hiermee ook het eeuwige leven in heerlijkheid bedoeld, dat volgt op het geestelijke leven hier op aarde. Het is de volmaking van dit geestelijke leven. Het woord ‘Leef!’ klinkt alle eeuwen door, tot de dood komt, en te midden van de schaduwen van de dood wordt de stem van de Heere nog gehoord: ‘Leef!’ Op de Opstandingsmorgen wordt dezelfde stem herhaald door de aartsengel: ‘Leef!’ Als de geesten van de heiligen naar de hemel gaan om voor altijd in de heerlijkheid van hun God te zijn, is het door de kracht van dit woord. Let er ook op dat het een onweerstaanbare uitspraak is. Saulus van Tarsen is op weg naar Damascus om de dienaren van de levende God te vervolgen. Hij hoort een stem uit de hemel, en ziet een licht, nog feller dan het licht van de zon. Hij roept het uit: ‘Heere, wat wilt U dat ik doen zal?’ Deze uitspraak is bovendien een uitspraak van vrije genade. Als zondaars behouden worden, dan is het enkel en alleen omdat God het wil. Hij doet dit om Zijn vrije, ongezochte en onbetaalbare genade te verheerlijken. Alle christenen zijn schuldig aan Gods genade; toon je dankbaarheid daarom door een ernstig Christelijk leven, en zie er op toe dat je ernstig leeft, omdat God je geroepen heeft tot het leven!

Send this to friend

Spring naar werkbalk