Pottenbakkers 1 Kronieken 4:23
juni 3, 2016
De goedertierenheid van God, onze Zaligmaker
juni 4, 2016
Show all

Niet meer onder de wet, welke wet?

Rom 6:14 Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade .

Niemand kan ooit vergeving ontvangen wanneer hij dit zoekt in de werken der wet. Maar maakt dit de wet slecht, of, is dit de wet die Paulus bedoelde wanneer hij zegt “gij zijt niet meer onder de wet”? Dit schrijven gaat hier dus over wat Paulus bedoelde in Romeinen 6:14. Het gaat er hier dus niet over wat we al dan niet zouden moeten naleven en wat die wet inhoud, daar is genoeg over geschreven. De vraag is: welke wet bedoelde Paulus in Romeinen 6:14? Wanneer er wordt uitgegaan dat Paulus hier spreekt over de wet van God, en niet over de wet der zonde, dan zeggen wij eigenlijk dat Gods wet over ons niet meer zou heersen, en zo zou de wet gelijk staan aan de zonde. Want als er geen wet zou zijn dan zou er geen zonde zijn. Wanneer men wedergeboren is maakt Zijn Geest ons door onze geest gewillig om Zijn wet lief te hebben, Psalm 119:33-35. Maar wat zegt Paulus hierover?
Rom 7:7 Wat zullen wij dan zeggen ? Is de wet zonde? Dat zij verre. Ja, ik kende de zonde niet dan door de wet; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten [zonde] [te] [zijn], indien de wet niet zeide: Gij zult niet begeren.

Is de wet zonde? Dat zij verre zegt Paulus. De wet van zonde is dus een tegenstelling van de wet van God: Romeinen 7 24:25 Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de “wet mijns gemoeds”, en mij gevangen neemt onder “de wet der zonde”, die in mijn leden is.

Romeinen 7 24:25 Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere. Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde.

De wet betekend in het Hebreeuws “onderwijs”. De wet laat ons dus de zonden zien, zo is dan de wet op zichzelf staande verre van slecht of zondig. Paulus zelf laat het verschil zien van wat hij bedoelde om niet meer onder de wet te zijn maar onder de genade Rom 8:2 Want “de wet des Geestes” des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van “de wet der zonde en des doods” .

Bij de wedergeboorte ontvangen wij genade voor al de overtredingen van Gods wet. Maar inderdaad, de eis, (Gods wet) is goed en blijft staan, dit is juist het grote wonder dat wij dit na ontvangen genade door Christus kunnen en moeten zeggen. Bij de wedergeboorte gebeurd er iets moois: Paulus zegt het zo: Want de zonde zal over u niet heersen. En in Romeinen 8:1 Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest. Hij zegt niet dat we uitmuntend en foutloos worden in het naleven van de wet, maar er is een verschil, een nieuw leven met Christus maakt ons geen slaven meer van de zonden.

Zo zijn wij dan bij de wedergeboorte vrijgemaakt van de wet der zonden en dood, Paulus bedoeld hier dus niet de wet Gods. In 2Kor 3:3 staat het zo mooi: Als die openbaar zijt geworden, dat gij een brief van Christus zijt, en door onzen dienst bereid, die geschreven is niet met inkt, maar door den Geest des levenden Gods, niet in stenen tafelen, maar in vlezen tafelen des harten.

Er ontstaat een waar en zeker verlangen om naar Gods wil te leven. Die Geest is nu het antwoord, Hij schrijft de wet Gods op de tafel van ons hart. Of het nu vlees of steen is, het antwoord onder welke wet en heerschappij wij dienen is in ons eigen hart te vinden, het staat er in geschreven. En als men vraagt hoever zijt gij met de wet? Dan zeggen wij: Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.” Romeinen 10 : 4.

Psalm 119 : 49
Hoe lief heb ik Uw wet! Het is mijn doel,
Den gansen dag haar ijvrig te betrachten.
Hoe listig ook mijn snode vijand woel’,
‘k Heb wijzer geest en edeler gedachten
Door Uw geboôn, wier kracht ik staâg gevoel,
Die ‘k eeuwig zal met heil’gen eerbied achten.

Gebod/Eis van de wet

Toen dit artikel op Facebook verscheen rees er bij enkele de vraag hoe de eis der wet nog zou kunnen blijven bestaan na vergeving te hebben gekregen. Het zou lijken of men zo weer onder de wet gebracht wordt. Ironisch genoeg is het zo dat wanneer we de eis van het gebod ontkrachten wij onszelf juist weer onder de wet der zonde willen brengen. Overdenk de volgende gedachten eens: niet de wet maar onze zonden zijn aan het kruis genageld. De zonde zou zonder de eis van het blijvende gebod geen zonde meer zijn, (daar komen we zo met psalm 51 op terug). Paulus verwoord dit in Romeinen 7 zo: En zonder de wet, zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven. Niet het gebod is gestorven, maar de heersende wet der zonde en dood die nu niet meer heerst over hem. Paulus geeft dit zelf al aan: Want de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft mij verleid, en door hetzelve gedood. Wat dan, waar is Paulus van gedood? Wel, de wet der zonde en der dood! Die wet heerst nu niet meer in het geheel over hem, nu is er strijd! Hij diende die wet zoals wij allemaal van nature die wet der zonde dienen. Gods wet verbied ons overspel te plegen, Paulus noemt die wet der zonde en der dood ook wel de eerste man, die wet der zonde en der dood maakte mij wie ik was in mijn zondestaat, die ” ïk ” moet als het in een rechte weg ligt eerst sterven voordat we van een ander kunnen worden. Menigmaal reageert men dan standaard: dat brengt ons wederom onder de wet! Men verwijst dan naar de woorden van Paulus die zegt, als ik het goede wil doen ligt het kwade mij bij, ik weet dat in mijn vlees geen goed woont, De geest is wel gewillig maar het vlees is zwak, of, het vlees onderwerpt zich niet aan de wet Gods. Het is waar, het vlees begeert tegen de geest, er is een voortdurende strijd, maar het vlees heerst niet meer over ons. Want zegt Paulus ik zie een andere wet in mijn leden, hé, hoe komt het dat Paulus de zonde nu ineens wel ziet? Wel, bij dat nieuwe leven van Paulus schreef God nog een andere wet op de tafel van het hart van Paulus, namelijk Zijn eigen wet. Dus lezen we de bijbel wel in de gehele context? Gaan we alleen van de verklaring van de predikanten uit die het ook weer van de oudvaders hebben overgenomen? Of gaan we nu eindelijk eens lezen wat Paulus ons leert, namelijk dat die wet der zonde en der dood niet meer over ons heerst! Want er staat geschreven:

En ik zeg : Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleses niet. Want het vlees begeert tegen den Geest , en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet, hetgeen gij wildet. Maar indien gij door den Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet (de wet der zonde). De werken des vleses nu zijn openbaar ; welke zijn overspel , hoererij , onreinigheid, ontuchtigheid, Afgoderij, venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn, gekijf, tweedracht, ketterijen, Nijd , moord , dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke ; van dewelke ik u te voren zeg, gelijk ik ook te voren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven. Galaten 5

Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Tegen de zodanigen is de wet niet. Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden .
Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen. Laat ons niet zijn zoekers van ijdele eer, elkander tergende, elkander benijdende. Leest u het? Tegen zodanigen is de wet Gods niet. Als Gods wet nu niet tegen hen is die gehoorzaam zijn, dan maakt dat toch het gebod of de eis van Zijn wet goed? Jazeker, wij zijn geneigd onszelf weer onder die wet der zonde of de wet der dienstbaarheid te brengen, vandaar al de vermaningen van Paulus. Zeker Hij is het einde der wet, maar als wij van Christus zijn geworden dan worden we niet wetteloos!

Gebod: Een gebod is een bevel van een hoge autoriteit of een leefregel. Als het gebod een bepaalde handeling verbiedt, dan wordt gesproken van een verbod

Eis: Iets waarvan je heel beslist vindt dat het moet gebeuren Voorbeelden:`gerechtvaardigde eisen stellen`, `eisen inwilligen`, `aan de eisen voldoen

We komen zoals beloofd nog even terug bij Psalm 51. Als de eis van het gebod niet meer van toepassing is na de wedergeboorte, dan was David niet schuldig aan de geboden: Gij zult niet doodslaan, en, Gij zult niet begeren de vrouw van uw naaste. In Psalm 51 zien we dat de eis der wet voor beide (God en David) bleef staan, Psalm 51: Een psalm van David, voor den opperzangmeester. Toen de profeet Nathan tot hem was gekomen, nadat hij tot Bathseba was ingegaan. Wees mij genadig, o God! naar Uw goedertierenheid; delg mijn overtreding uit, naar de grootheid Uwer barmhartigheden. Als de eis er niet meer was, (anders gezegd de rechtvaardigheid der wet) dan had David het nooit begrepen toen Nathan zei: Gij zijt die man.
Toen zeide David tot Nathan: Ik heb gezondigd tegen den Heere! 2 Samuel 12:13. De berijmde Psalm 51 vers 1 vertaald het zo mooi:

Genâ, o God, genâ, hoor mijn gebed;
Verschoon mij toch naar Uw barmhartigheden;
Delg uit mijn schuld, vergeef mijn overtreden:
Uw goedheid wordt noch paal, noch perk gezet.
Ai, was mij wel van ongerechtigheid;
Mijn schuld is zwaar, ik heb Uw wet geschonden;
Zie mijn berouw, hoor, hoe een boetling pleit,
En reinig mij van al mijn vuile zonden.

Dienen we dan als vreesachtige slaven? Romeinen 7 zegt: want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods! Naar den geest dienen we niet meer als slaven, maar wanneer wij de wet zien als goed en rechtvaardig zullen we ook zeggen: Zijn eis is goed en rechtvaardig, doen wij dan afbraak aan het einde der wet welke is Christus? Nee. Rom 3:31 Doen wij dan de wet te niet door het geloof ? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet. Immers, zegt de Messias in Mattheüs 5:17 zelf niet: Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden ; Ik ben niet gekomen, om [die] te ontbinden, maar te vervullen. Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij Mijn geboden bewaren! Johannes 14:15 Wie Mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft! Johannes 14:21 Indien gij Mijn geboden bewaart, zult gij in Mijn liefde blijven! Johannes 15:10.

We kunnen vallen, diep vallen, maar de genade Gods is sterker. Is de wet van God, en de toegepaste genade aan uw ziel, u beide lief? Dan bent u niet langer onder de wet der zonde en de dood, en is Christus uw einde der wet.

Send this to friend

Spring naar werkbalk