Over de roeping tot predikant
december 16, 2015
Kerkelijke keurmeesters
december 16, 2015
Show all

De Roeping

De uitwendige roeping

Wij spreken over de wegen, waardoor de Heere de bondgenoten overbrengt in dat verbond en tot de zaligheid leidt. De eerste is de roeping.
Het middel van deze roeping is het Evangelie. De inhoud hiervan is: ‘Arme mens, u ligt onder de zonde en toorn van God, u gaat de weg die in het eeuwig verderf eindigt. Maar God heeft Zijn Zoon gezonden tot Borg. In Zijn lijden en sterven is volkomen voldoening aan Gods gerechtigheid en vrijmaking van schuld en straf. Christus biedt u al Zijn verdiensten en de eeuwige zaligheid aan. Hij roept, hij nodigt ieder: ‘Wendt u naar Mij toe, en wordt behouden, neem Mij aan, treed met Mij in een Verbond, dan zult u niet verloren gaan, maar het eeuwige leven hebben.’
De roeping wordt onderscheiden in een uitwendige en een inwendige roeping. Beide zijn ze van God, beide geschieden ze door het Woord. De inwendige roeping dringt door in het hart en bestraalt dat krachtig met het wonderlijke licht dat de mens geestelijke verborgenheden openbaart, en de wil krachtig buigt tot de omhelzing van die verborgenheden.
Eerst de uitwendige roeping. God roept allen die onder de bediening van het Evangelie leven. Dit moeten we goed opmerken, om vrijmoedigheid te hebben om Christus aan te nemen. Velen verstoten het Evangelie, daarom was het hun aangeboden, want men kan niet iets verstoten dat niet aangeboden wordt. Velen zijn de Zoon ongehoorzaam. Daarom wordt hun Christus aangeboden, en wordt hun gelast in Christus te geloven. Als Christus aan de ongelovige niet blijvend werd aangeboden, ging het hem niet aan en was het geen zonde dat hij niet geloofde. Maar nu het zonde is, is dat een duidelijk bewijs dat het hem aangeboden was. Omdat de ongelovigen een schrikkelijk oordeel te verwachten hebben, wordt het hun voorzeker aangeboden, en voorzeker worden ze ook geroepen. Zie dit in de tekst: ‘Indien Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, zij hadden geen zonde; maar nu hebben zij geen voorwendsel voor hun zonde.’ Omdat nu Christus aan allen wordt aangeboden die onder de bediening zijn, hoeft niemand achter te blijven, maar moet ieder tot Christus komen, en Hem aannemen om door Hem gerechtvaardigd, geheiligd, bewaard en verheerlijkt te worden.

De inwendige roeping

We gaan nu verder met de inwendige roeping, die in de Schrift wel genoemd wordt een hemelse roeping. Een roeping naar Gods voornemen, het openen van het hart, de opwekking uit de doden, de levendmaking, de trekking uit de duisternis tot Gods wonderbaar licht. Al deze benamingen drukken een krachtige werking van Gods Geest uit, door het Woord, op het innerlijke van de mens.
Als God iemand inwendig roept, gebeurt dat in één enkel ogenblik: even te voren dood, een ogenblik daarna leven. Er is geen staat tussen. Wel gebruikt de Heere daarvoor soms armoe, verlies van goed of geliefden, gevaar van de dood, ziekten of andere dingen. Hierdoor wordt de mens verontrust; hij begint gedachten te krijgen om zich te bekeren, hij wordt overtuigd van zonde, krijgt indrukken van de eeuwige verdoemenis en kennis van de Heere Jezus en van het geluk van de gelovigen. Hij wil ook zo zijn, leest het Woord, bidt, voegt zich bij de vromen en ontvlucht de grove besmettingen van de wereld. Deze dingen zijn slechts algemene bewegingen, die ook onbekeerden wel krijgen. Velen van dezen gaan weer terug en verlaten de weg die ze eerst schenen te willen inslaan.
Maar de Heere brengt de uitverkorenen over door de levendmakende kracht van de Heilige Geest. Die krijgen een andere gestalte dan natuur of voorbereidingen kunnen geven. Maar let op: het is niet een opwassen als de zon in haar eerste opgang en voortgang, het is niet als bij een kind in zijn geboorte en groei. Het is ook niet als bij een balans of weegschaal, waar men zoveel zand in een schaal laat lopen dat de balans uiteindelijk naar de zijde van het zand overslaat. Dan zou het zijn alsof de mens wedergeboren zou worden als er meer deugdzaamheid komt. Verre van dat! Dat is de natuur van de wedergeboorte omkeren.
Nu het verschil. Het natuurlijk licht komt voort uit een indruk van God en wordt vermeerderd door alleen het Woord. Maar het geestelijk licht komt voort uit de bestraling van het hart door de Heilige Geest, zoals de tekst zegt, die schijnt in het hart, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods, in het aangezicht van Jezus Christus.

Uit: Dagboek “De redelijke Godsdienst” van Wilhelmus A. Brakel

Send this to friend

Spring naar werkbalk