Bloedbruidegom
februari 27, 2016
Want van Hem is mijn verwachting
februari 28, 2016
Show all

DE ERNSTIGE WAARHEID OVER DE SPIJSWETTEN

De Profetie van Jesaja aangaande de oordeelsdag

Jesaja 66: 15-18: ”De HEERE zal komen in een vuur, met zijn wagens als een wervelstorm. Hij komt zijn toorn uitvieren in vlammen, zijn dreiging in een vuurgloed. De HEERE zal over al wat leeft een oordeel vellen, te vuur en te zwaard, en tallozen worden door hem doorboord. Zij die zich wijden en reinigen om zich naar de tuinen te begeven, iemand uit de kring achterna, en zij die vlees van zwijnen en muizen of ander onrein gedierte eten, samen zullen zij ten onder gaan – spreekt de HEERE.”

 Jezus kwam niet om de wetten te ontbinden maar om te vervullen!  Mattheus 5:17

Velen denken dat de spijswetten niet gelden voor de gelovige uit de volken (heidenen,) teksten uit de bijbel worden daarme aangehaald ter verdediging dat men nu alles eten mag. In deze verhandeling willen wij laten zien dat de spijswetten nog steeds gelden. Ik weet dat hetgeen hier beschreven wordt regelrecht in gaat van wat u ooit is geleerd en wat de traditionele kerken en de kanttekeningen u zeggen, toch wil ik u vragen onderstaande ernstig te overdenken. En dan zo, dat u leest met als doel de eer en de wil van God te willen gehoorzamen, en niet de geboden en gedachten der mensen.

Citaat uit Christen zou rein voedsel moeten eten”

Al met al kunnen we op basis van het Nieuwe Testament niet stellen dat het onderscheid tussen reine en onreine dieren is afgeschaft, stelt Noordermeer. Het komt namelijk niet ter sprake; er wordt alleen geschreven over het eten van aan de afgoden geofferd vlees. „Joden die de Messias aannamen, veranderden hun voedingspatroon niet. De meest logische conclusie is dat de heidenen die zich bij de gemeente aansloten, zich gewoon aan de reine vlees­groepen hielden.”

De introductie van onrein voedsel zou terug te voeren zijn op de breuk tussen jodendom en christendom, die ontstond rond circa 130 na Christus. Het laatste Bijbelboek, Openbaring, was toen al op schrift gesteld. Noordermeer: „De hele canon is dus ontstaan onder de paraplu van het jodendom. Later ging de kerk zich bewust afzetten tegen haar joodse wortels. In plaats daarvan vergriekste de kerk.”

Maar wil dit alles zeggen dat christenen zich vandaag de dag weer aan de oudtestamentische voedselwetten moeten gaan houden? Noordermeer meent van wel. „God gaf Zijn wet niet om de mens lastig te vallen. De wet geeft leven aan wie zich daaraan houdt (Leviticus 18:5).”

Sommige wetten, zoals die voor de offerdienst, zijn met het verlossingswerk van Christus vervuld. Met de spijswetten ligt dat echter anders, stelt Noorder­meer. „Vlees is vlees gebleven. Het sterven van Christus heeft geen invloed gehad op de eigenschappen daarvan. Als God de vleeswetten opnieuw zou geven in deze tijd, zouden ze niet anders zijn. Het varken zal nog steeds onrein zijn en het rund nog steeds rein.” Einde Citaat

Rein en onrein alleen voor Joden? In Gen 7:7-9 lezen wij iets opmerkelijks

Overdenk het volgende eens: Zou voor het ene kind (de Joden) iets ongezond en gruwelijk zijn in de ogen van de Vader? En voor het andere kind (de gelovigen uit de volken) zou het niet gruwelijk en ongezond zijn in de ogen van de Vader?

Overdenk dan ook eens dat ver voordat er ooit een Jood en de natie Israël bestond, God al tegen Noach sprak over reine en onreine dieren.

7 Zo ging Noach, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem in de ark, vanwege de wateren des vloeds.
8 Van het reine vee, en van het vee, dat niet rein was, en van het gevogelte, en al wat op den aardbodem kruipt,
9 Kwamen er twee en twee tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, gelijk als God Noach geboden had. (Gen 7:7-9)

Onrein eten toegestaan volgens Rom 14:1-3 ?

Dengene nu, die zwak is in het geloof, neemt aan, maar niet tot twistige samensprekingen.
2 De een gelooft wel, dat men alles eten mag, maar die zwak is, eet moeskruiden.
3 Die daar eet, verachte hem niet, die niet eet; en die niet eet, oordele hem niet, die daar eet; want God heeft hem aangenomen.
(Rom 14:1-3) Blijkbaar waren er mensen die geen andere voeding tot zich namen als alleen moeskruiden, vegetariërs dus. Er waren ook mensen die meer aten als moeskruiden, zoals vlees. Paulus waarschuwde dat men elkaar daardoor niet verachten of oordelen zou. Als Paulus spreekt over “De een gelooft wel, dat men alles eten mag” bedoelde hij zeker niet dat men onreine dieren mag eten, dit kwam zelfs niet in hem op, hoe zou het ook kunnen als het een gruwel is in Gods ogen? Is het door het sterven van de Messias aan het kruis dan opeens geen gruwel meer? Is dan niets meer een gruwel door het sterven van Christus? Is dan zwijnenvlees opeens rein geworden, en zijn daarmee de spijswetten overbodig? Natuurlijk niet!  De kerkgeschiedenis na de apostelen heeft deze verklaring er zelf bij verzonnen. Nergens in Gods woord vindt u een dergelijke verklaring of leest u dat een apostel zwijnenvlees eet. Wat God in Leviticus 11 onrein verklaarde als voedsel volgens Zijn scheppingsorde heeft hij nooit ingetrokken. Wij mensen zijn er goed in om Zijn scheppingsorde te wijzigen. Het gebeurt dagelijks door de eeuwen heen, de vervangingsleer, gelijkslachtige huwelijken, abortussen, sexuele gemeenschap met dieren, enz, enz.

Moeten wij ons volgens Hand 15 dan niet alleen onthouden van het verstikte en van bloed?

Wat denkt u? Andere geboden als doodslaan en echtbreken staan toch ook niet in deze verzen beschreven zouden wij die wel mogen doen? Het was voor de bekeerde uit de heidenen onmogelijk al deze dingen in één keer te leren. Zij hadden melk van node en konden de vaste spijze nog niet verdragen. Het zal hun nader geleerd worden in de synagoge. Lees Handelingen 15 vers 21 eens aandachtig.

20 Maar hun zal aanschrijven, dat zij zich onthouden van de dingen, die door de afgoden besmet zijn, en van hoererij, en van het verstikte, en van bloed.
21 Want Mozes heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken, en hij wordt op elken sabbat in de synagogen gelezen. (Hand 15:20-21 )

“Daarom ben ik van oordeel dat men het hun die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet lastig moet maken, maar aan hen moet schrijven dat zij zich dienen te onthouden van de dingen die door de afgoden besmet zijn, van ontucht, van het verstikte en van bloed.”

Bij deze tekst moeten een paar dingen worden opgemerkt. Deze tekst wordt namelijk vaak als bewijs aangehaald dat de hele wet niet van toepassing is voor bekeerde heidenen, maar de discussie van deze tekst gaat over het feit dat er Joden uit Judea waren gekomen die beweerden dat deze heidenen niet gered konden worden als zij zich niet lieten besnijden. Ook dit is weer zo’n typisch voorbeeld van wetten die door de Joden zelf waren opgelegd. Het verbond van de besnijdenis heeft namelijk niets te maken met het wel of niet behouden worden en dat is precies wat er hier in Handelingen wordt uitgelegd. Omdat de Joden de nieuwe bekeerlingen direct met een enorme hoeveelheid regels op wilde zadelen – wat veel te veel is in één keer – zijn ze tot het oordeel gekomen dat het beter is om eerst met de belangrijkste zaken af te rekenen: afgoderij, ontucht, het verstikte en bloed. Omdat afgoderij in die tijd erg gebruikelijk was onder de heidenen kwamen zij vaak in aanraking met dingen die voor God een gruwel zijn en waar dus maar beter meteen mee kon worden afgerekend. De rest van Gods geboden zouden ze immers vanzelf leren in de synagogen. Dat is ook precies wat als oplossing wordt opgedragen in vers 21. Mozes wordt er elke sabbat voorgelezen dus de rest van de geboden van God leren ze vanzelf.

Een vergelijkbare zaak zien we in Romeinen 14. Hier wordt het advies gegeven niet tot aanstoot te zijn voor anderen die denken dat iets onrein is, zonder dat het werkelijk onrein is. Ook in 1 Korinthe 8 zien we een vergelijkbaar voorbeeld. In dit geval gaat het om het eten van wat aan de afgoden geweid is. Ook hier gaat het erom niemand tot aanstoot te zijn om in de verleiding te brengen iets te doen wat tegen zijn geweten ingaat, terwijl het niet verboden is om deze dingen te eten omdat wij weten dat die afgoden niet echt bestaan. Veel mensen denken dat dit bevestigt dat de spijswetten niet meer geldig zijn terwijl in werkelijkheid de Thora deze dingen niet verbiedt. Ook hier is er dus niets van de geboden afgedaan.


Rein en Onrein, wat zegt ons het Oude en het Nieuwe Testament over de spijswetten?

“Sta op, slacht en eet!”, zei de stem in het visioen. Petrus stribbelde tegen. “Beslist niet Heere, want ik heb nog nooit iets gegeten wat onheilig of onrein is”. De stem sprak opnieuw: “Wat God gereinigd heeft mag u niet voor onheilig houden!”.

Het lijkt een duidelijke zaak: Vroeger leefde het volk van Israël onder strenge spijswetten, maar in het nieuwe testament zijn deze ongeldig geworden. Maar is dat ook zo? Ondanks dat christenen sinds lange tijd geloven dat dit het geval is, zijn er steeds meer die ervoor kiezen toch de oudtestamentische instructies voor voedsel na te leven. Vanzelfsprekend leidt dit tot de nodige gefronste wenkbrauw. De munt heeft 2 kanten, dus laten we ze eens beide bekijken voordat we een conclusie trekken. Om te beginnen is het belangrijk te weten wat de Tenach (oude testament) hierover zegt.

Veel christenen denken dat de spijswetten als eerste aan Mozes werden gegeven, in de “Mozaïsche wet”. Het is waar dat hier voor het eerst de instructies in detail werden opgeschreven maar als we verder kijken zien we dat deze instructies al veel eerder bekend waren. De eerste instructie over voedsel werd gegeven aan Adam en Eva.

Gen. 1:29, 30
“Zie Ik geef u al het zaaddragende gewas dat op heel de aarde is, en alle bomen waaraan zaaddragende boomvruchten zijn; dat zal u tot voedsel dienen. Maar aan al de dieren van de aarde, aan alle vogels in de lucht en aan al wat over de aarde kruipt, waarin leven is, heb Ik al het groene gewas tot voedsel gegeven. En het was zo.”

In dit eerste gebod zien we nog geen onderscheid tussen rein en onrein. Er werd dan ook nog geen vlees gegeten. De eerstvolgende instructie over voedsel vinden we in Genesis 9. Noach en zijn zonen werden door God gezegend toen ze uit de ark kwamen, waarbij ze de nieuwe instructies kregen. Het moet wel opgemerkt worden dat het mogelijk is dat er wel al vlees mocht worden gegeten voordat ze de ark ingingen en op de ark geen vlees mochten eten omdat deze dieren in leven moesten blijven (1).

Gen. 9:2-4
“Vrees en schrik voor u zal er zijn bij alle dieren van de aarde en bij alle vogels in de lucht, bij alles wat over de aardbodem kruipt en bij alle vissen in de zee; zij zijn in uw hand gegeven. Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas. Maar vlees met zijn leven, zijn bloed, er nog in mag u niet eten.”

Hier zien we een duidelijk verschil. Nu mochten ze vlees eten. Er staat hier niet geschreven dat bepaalde diersoorten niet mochten worden gegeten (1). Toch moet er wat opvallen wanneer je het hele verhaal leest. Zonder context kan je snel verkeerde conclusies trekken. Toen Noach de ark in ging kreeg hij namelijk een duidelijke instructie:

Gen. 7:2, 3
“U moet voor uzelf van alle reine dieren zeven paar nemen, een mannetje en zijn vrouwtje; maar van de dieren die niet rein zijn, één paar, een mannetje en zijn vrouwtje; ook van de vogels in de lucht zeven paar, mannelijk en vrouwelijk, om de soort op heel de aarde in leven te houden.”

Uit deze tekst kunnen we een aantal dingen opmaken:
1: Er was al onderscheid tussen reine en onreine dieren.
2: Noach was hier al mee bekend, al hebben wij hierover geen geschreven instructies uit die tijd.
3: Er was waarschijnlijk een belangrijke reden om van de reine diersoorten zeven paar mee te nemen in plaats van één.

Wat denk je dat de reden is geweest om voor meer reine dieren te zorgen? Het antwoord is eigenlijk heel simpel: Als Noach en zijn nageslacht nu ineens vlees mochten eten en zij begonnen direct met het slachten van een dier waar er maar één paar van was, dan was dat soort direct uitgeroeid omdat er geen nageslacht meer van kon komen. Het is dus logisch om de conclusie te trekken dat Noach wist dat zij alleen reine dieren mochten eten en daarom hij en zijn nageslacht dit onderscheid al als standaard hadden.
Toen later de wet aan Mozes werd gegeven, werden de regels voor voeding pas uitgebreid opgeschreven. Waarschijnlijk was de kennis hierover voor die tijd mondeling overgebracht en was het in de tijd van Mozes nodig gebleken de instructies duidelijk vast te leggen om verwarring door meningsverschillen te voorkomen. Het volk was immers een stuk groter vergeleken met de dagen van Noach, en veel mensen hebben veel verschillende meningen.
In de boeken Exodus, Leviticus en Deuteronomium vinden we hierover heel veel instructies. Leviticus 11 gaat bijvoorbeeld uitgebreid in op de details waaraan reine en onreine dieren te herkennen en onderscheiden zijn. Daarnaast vinden we ook instructies dat er geen vlees gegeten mag worden waar het bloed nog in zit, bloed zonder vlees, of dierlijk vet (Lev. 3:17, 7:26, 17:12,14, 23,24).
Er zijn ook nog een aantal extra instructies die aanduiden wanneer ook reine dieren niet gegeten mogen worden zoals een dier dat zelf al was gestorven of was verscheurd door andere dieren (Deut. 14:21, Ex. 22:31, Lev. 17:16) of vlees/voedsel dat in aanraking is geweest met andere onreine dieren/dingen (Lev. 7:19).

Om een duidelijk beeld te krijgen van de instructies is het natuurlijk aan te raden om de hiervoor genoemde bijbelteksten door te lezen. Vervolgens moet de vraag gesteld worden: Waarom heeft God deze regels gegeven? Voor wie bekend is met de Thora zal het duidelijk zijn dat God altijd goede redenen had voor Zijn instructies. Een belangrijke aanwijzing voor de reden van zowel de spijswetten als de hygiënische wetten vinden we in Exodus 15:26:

“Hij zei: Als u aandachtig luistert naar de stem van Jehova, uw God, en doet wat juist is in Zijn ogen, als u Zijn geboden gehoorzaamt en al Zijn verordeningen in acht neemt, dan zal Ik geen enkele van de ziekten over u brengen die Ik over Egypte gebracht heb, want Ik ben Jehova, uw Heelmeester “

Zoals veel mensen tegenwoordig door beginnen te krijgen loopt de bijbel onze medische wetenschap ver vooruit. Dat is ten eerste duidelijk gebleken uit de hygiënische regels die door de seculiere wetenschap pas in de laatste eeuwen opnieuw zijn ontdekt – nadat ze de bijbel hadden verworpen en dus tegen problemen aanliepen – en ten tweede blijkt dat langzaam aan ook uit onderzoek naar voeding. De dieren die in de bijbel als onrein zijn beschreven zijn dat voor een reden. Dat is voor veel dieren duidelijk omdat het bijvoorbeeld aaseters zijn en bij sommigen vergt het wat meer wetenschap om te ontdekken dat het bijvoorbeeld te maken heeft met andere spijsverteringssystemen die deze diersoorten hebben. Er zijn ook voorbeelden te noemen van dieren waarbij dat helemaal niet duidelijk lijkt te zijn. Neem bijvoorbeeld de haas/konijn. Zie Leviticus 11:6:
“[…] de haas, want die herkauwt wel, maar heeft geen gespleten hoeven; die is voor u onrein”

De haas wordt hier omschreven als een dier dat herkauwt. Nu denken de meeste mensen dat dit niet klopt en zo wordt dit vers zelf al als incorrect afgedaan. Maar toch klopt deze tekst. De haas kauwt namelijk zijn eten, waarna het een tijdje later in keutels aan de andere kant weer tevoorschijn komt. De haas heeft twee soorten keutels: lichte en donkere. De lichte keutels worden door de haas weer opgegeten en herkauwd, waarna ze later volledig verwerkt als donkere keutels opnieuw verschijnen. Als je dit weet is het niet meer zo gek dat dit dier als onrein wordt beschouwd.

Het is dus duidelijk dat deze regels gegeven zijn om ziekten en de verspreiding van ziekten te voorkomen. Dat is natuurlijk heel mooi bedacht van God en met die gedachte zou het natuurlijk raar zijn om je niet meer aan die regels te houden.
Waarom lijkt het nieuwe testament ons dan te leren dat die regels niet voor ons gelden? Zou het misschien zijn omdat het niet direct een zonde is en alleen een onnodig juk? Of misschien te weinig effect hebben in deze cultuur waar we toch al omgeven worden door onreine dingen? Dat zijn zo wat vragen die bij mij opkwamen toen ik mij hierin begon te verdiepen.

Voordat we naar het nieuwe testament gaan kijken is het belangrijk om te weten wat het oude testament er nog meer over zegt. Behalve de precieze instructies voor ons voedsel vinden we daar namelijk ook wat God er van vindt wanneer er toch onrein vlees wordt gegeten. Ten eerste zien we dat God dit afschuwelijk vindt (bijv. Lev. 11:41, 42). Ten tweede zien we in de oordeelsaankondiging waarmee Jesaja afsluit een hele duidelijke waarschuwing:

 De oordeelsdag profetie uit Jesaja 66:15-18

De HEERE zal komen in een vuur, met zijn wagens als een wervelstorm. Hij komt zijn toorn uitvieren in vlammen, zijn dreiging in een vuurgloed. De HEERE zal over al wat leeft een oordeel vellen, te vuur en te zwaard, en tallozen worden door hem doorboord. Zij die zich wijden en reinigen om zich naar de tuinen te begeven, iemand uit de kring achterna, en zij die vlees van zwijnen en muizen of ander onrein gedierte eten, samen zullen zij ten onder gaan – spreekt de HEERE.”

Na het lezen van deze tekst mag je je natuurlijk helemaal afvragen waarom God deze regels afgeschaft zou hebben en dan alsnog de mensen erop zal afrekenen. Laten we eens op een rijtje zetten wat het oude testament ons leert over de spijswetten:

1: Ze zijn gegeven opdat het ons goed zal gaan en wij gespaard zouden blijven van vele ziekten.
2: Het eten van onrein vlees is niet alleen slecht voor je, God gruwelt ervan.
3: Er is geen onderscheid tussen rein voedsel en onrein voedsel, maar tussen rein vlees en onrein vlees. Dit moet goed worden begrepen: vlees dat onrein is is per bijbelse definitie geen voedsel. Dit even los gezien van het feit dat rein voedsel alsnog verontreinigd kan worden wanneer het in aanraking komt met iets dat onrein is.

Dan gaan we nu kijken naar het nieuwe testament. Daar zijn namelijk een aantal teksten te vinden die toch echt lijken te zeggen dat wij alles mogen eten. Het eerste voorbeeld vinden we in Mattheüs 15:1-20:
“1 Toen kwamen enige schriftgeleerden en Farizeeën uit Jeruzalem bij Jezus en zeiden:
2 Waarom overtreden Uw discipelen de overlevering van de ouden? Want zij wassen hun handen niet als zij brood gaan eten.
3 Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: Waarom overtreedt ook u het gebod van God door uw overlevering?
4   God heeft immers geboden: Eer uw vader en moeder, en: Wie vader of moeder vervloekt, moet zeker sterven.
5 Maar u zegt: Wie maar tegen vader of moeder zegt: Het is bestemd als offergave, wat u van mij had kunnen krijgen, en zijn vader en moeder niet zal eren, met hem is het in orde.
6   En zo hebt u door uw overlevering het gebod van God krachteloos gemaakt.
7 Huichelaars! Terecht heeft Jesaja over u geprofeteerd, toen hij zei:
8   Dit volk nadert tot Mij met hun mond en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver bij Mij vandaan;
9 maar tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen onderwijzen die geboden van mensen zijn.
10   En toen Hij de menigte bij Zich geroepen had, zei Hij tegen hen: Luister en begrijp het goed:
11   Wat de mond ingaat, verontreinigt de mens niet; maar wat de mond uitkomt, dat verontreinigt de mens.
12 Toen kwamen Zijn discipelen naar Hem toe en zeiden tegen Hem: Weet U wel dat toen de Farizeeën dit woord hoorden, zij er aanstoot aan namen?
13 Maar Hij antwoordde en zei: Elke plant die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgetrokken worden.
14 Laat hen gaan; het zijn blinde geleiders van blinden. Als nu een blinde een blinde geleidt, zullen zij beiden in een kuil vallen.
15   Petrus antwoordde en zei tegen Hem: Verklaar ons deze gelijkenis.
16 Maar Jezus zei: Bent ook u nog altijd onwetend?
17 Ziet u niet in dat alles wat de mond ingaat, in de buik komt en in de afzondering weer uitgescheiden wordt?
18 Maar de dingen die uit de mond komen, komen voort uit het hart, en die verontreinigen de mens.
19   Want uit het hart komen voort kwaadaardige overwegingen, alle moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen, lasteringen.
20 Deze dingen zijn het die de mens verontreinigen; maar het eten met ongewassen handen verontreinigt de mens niet.”

Deze tekst wordt vaak aangehaald als een van de bewijzen dat we nu alles mogen eten, maar als je de tekst goed leest zie je dat het daar helemaal niet over gaat. De discussie gaat hier namelijk over het handen wassen voor het eten van brood. De discipelen wasten namelijk niet hun handen voor ze brood gingen eten, wat de schriftgeleerden en Farizeeën een schande vonden. Wat er vervolgens gebeurd is dat Jezus hen bestraft voor het krachteloos maken van Gods geboden door hun eigen overleveringen. Daarna legt Jezus ze uit dat je niet onrein wordt van het eten met ongewassen handen. Deze tekst wordt door veel mensen niet goed begrepen. De reden is het gebrek aan de historische en culturele kennis. De Farizeeën hadden namelijk naast de geboden uit de Thora zelf nog vele geboden toegevoegd. Het toevoegen of wegnemen van geboden in de Thora is in de Thora zelf verboden, dat is waarom Jezus zegt dat ze met hun overleveringen het gebod van God krachteloos maken. In dit geval gaat het om een bijzonder gebod van de Farizeeën: Het gebod dat je voor het eten van brood op een rituele manier je handen moest wassen en een speciaal gebed opzeggen. Deed je dat niet, dan werd je volgens hen onrein. Dit is uiteraard in strijd met het gebod van God. Om precies te zijn ging dit gebruik als volgt:
Je nam een kom met water en een kannetje. Je nam het kannetje in je rechter hand, vulde het met water uit de kom en goot dit over je linker hand. Vervolgens nam je het kannetje in je linker hand, nam water en goot het over je rechterhand. Dit moest je drie keer doen en daarbij het volgende gebed opzeggen: “Gezegend bent U die ons het gebod heeft gegeven de handen te wassen voor het eten van het brood”. Ondanks dat God dit gebod niet had gegeven werd het wel aan Hem toegeschreven omdat de Farizeeën leerden dat de geboden die zij hadden bedacht indirect van God kwamen.

Misschien is het goed om nog even op te merken dat de Thora niet leert dat je van het eten van onrein voedsel zelf onrein wordt. Ook Jezus ging hier dus niet tegen de Thora in.

De volgende tekst is het meest gebruikt in deze discussie: Handelingen 10:11-16:
“11 En hij zag de hemel geopend en een voorwerp naar zich toe komen, dat leek op een groot linnen laken, dat aan de vier hoeken vastgebonden was en neergelaten werd op de aarde, 12 waarin zich al de viervoetige dieren van de aarde bevonden, de wilde en de kruipende dieren en de vogels in de lucht. 13 En er kwam een stem tot hem: Sta op, Petrus, slacht en eet! 14 Maar Petrus zei: Beslist niet, Heere, want ik heb nooit iets gegeten wat onheilig of onrein is. 15 En er kwam opnieuw, voor de tweede keer, een stem tot hem: Wat God gereinigd heeft, mag u niet voor onheilig houden! 16 En dit gebeurde tot driemaal toe; en het voorwerp werd weer opgenomen in de hemel.”

Hier werdt er toch duidelijk tegen Petrus gezegd dat hij deze onreine dingen moest eten. Als je deze tekst buiten de context laat zou je niet snel op andere gedachten komen. Maar er is meer met deze tekst aan de hand dan op het eerste gezicht lijkt. Deze tekst gaat namelijk over Cornelius. Deze man uit Caesarea was vroom en diende met zijn hele huis God. Hij kreeg een visioen waarbij hem werd uitgelegd dat hij mannen moest sturen om Petrus op te halen. Dit gebeurde en toen de mannen het huis naderde werd Petrus hierop voorbereid door het visioen met de onreine dieren. Er is heel wat gespeculeerd over wat hier de precieze bedoeling van het visioen is. Aangezien het hem voorbereidde op het bezoek aan Cornelius is door velen de conclusie getrokken dat Petrus daar onrein eten voorgeschoteld kon krijgen en hij geen aanstoot zou mogen geven. Dat lijkt een logische uitleg, maar met de historische en culturele context wordt een andere uitleg waarschijnlijker. Het gaat hier namelijk om precies dezelfde fout als in de voorgaande tekst. De Joden zagen de heidenen als onrein, dit onder andere doordat zij soms onrein vlees aten maar ook omdat ze niet bekend waren met de andere wetten. Om deze reden was het voor een Jood beter om niet met een heiden in aanraking te komen. Deze opvatting was in strijd met de Thora en God moest dit aan hem duidelijk maken. Het laken met de onreine dieren maakte natuurlijk een behoorlijke indruk op Petrus, omdat dit walgelijke dingen waren. Hierbij werd hij als iemand die wel de Thora kende eraan herinnerd dat een heiden die bekeerd en door God gereinigd is niet als onheilig gezien mag worden.
Dit is natuurlijk maar een alternatieve verklaring voor deze tekst, en waarschijnlijk niet overtuigend voor de lezer die is opgegroeid met de eerste uitleg. Daarom is het belangrijk dat we kijken naar de conclusie die Petrus hier zelf uit trok. In vers 28 legt Petrus precies uit wat het geval is:
“En hij zei tegen hen: U weet dat het een Joodse man niet toegestaan is om met iemand van een ander volk om te gaan of bij hem binnen te gaan; maar God heeft mij laten zien dat ik geen mens onheilig of onrein mag noemen.”

Voor het geval dat nog niet overtuigend is; er is nog een tweede tekst die hiervan getuigd. In het volgende hoofdstuk zien we nog eens goed uitgelegd wat de hele reden van het visioen was.
Hand. 11:1-18:
“1 De apostelen en de broeders die in Judea waren, hoorden dat ook de heidenen het Woord van God aangenomen hadden.
2 En toen Petrus naar Jeruzalem gegaan was, bestreden zij die van de besnijdenis waren, hem
3 en zeiden: U bent binnengegaan bij mannen die onbesneden zijn, en u hebt met hen gegeten.
4 Maar Petrus begon het hun in goede orde uiteen te zetten en zei:
5   Ik was in de stad Joppe aan het bidden en zag in geestvervoering een visioen: een bepaald voorwerp daalde neer, dat leek op een groot linnen laken, dat aan de vier hoeken neergelaten werd uit de hemel, en het kwam tot dicht bij mij.
6 En toen ik hierop mijn ogen gericht hield en het aandachtig bekeek, zag ik de viervoetige dieren van de aarde, en de wilde en de kruipende dieren, en de vogels in de lucht.
7 En ik hoorde een stem, die tegen mij zei: Sta op, Petrus, slacht en eet.
8 Maar ik zei: Beslist niet, Heere, want nooit is er iets wat onheilig of onrein is, mijn mond binnengegaan.
9 Maar de stem antwoordde mij voor de tweede keer uit de hemel: Wat God gereinigd heeft, mag u niet voor onheilig houden.
10 Dit gebeurde tot driemaal toe; en alles werd weer opgetrokken in de hemel.
11 En zie, ogenblikkelijk daarna stonden er drie mannen, die vanuit Caesarea naar mij toe gestuurd waren, voor het huis waarin ik was.
12   En de Geest zei tegen mij dat ik met hen mee moest gaan en niet moest twijfelen. En met mij gingen ook deze zes broeders mee en wij zijn het huis van de man binnengegaan.
13 En hij berichtte ons hoe hij een engel gezien had, die in zijn huis stond en tegen hem zei: Stuur mannen naar Joppe en ontbied Simon die ook Petrus genoemd wordt.
14 Die zal woorden tot u spreken waardoor u zalig zult worden en heel uw huis.
15 En toen ik begon te spreken, viel de Heilige Geest op hen, evenals op ons in het begin.
16 En ik herinnerde mij het woord van de Heere, hoe Hij zei: Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden.
17   Als God dan aan hen dezelfde gave gegeven heeft als aan ons die in de Heere Jezus Christus geloven, wie was ik dan dat ik bij machte zou zijn God tegen te houden?
18 En toen zij dit hoorden, waren zij gerustgesteld, en zij verheerlijkten God en zeiden: Zo heeft God dus ook aan de heidenen de bekering gegeven die tot het leven leidt.”

Het moet opgemerkt worden dat zelfs de apostelen en broeders er moeite mee hadden dan Petrus bij onbesneden mannen in huis was geweest. Petrus legde ze uit hoe God met het visioen had laten zien dat zij deze mensen niet als onrein of onheilig mochten zien en trok duidelijk niet de conclusie dat zij nu onrein vlees mochten eten. In vers 18 zien we hoe iedereen die dit hoorde het begreep en God prezen dat nu ook de heidenen zich bekeerden. Zo zie je maar hoe belangrijk de context is.

We hebben nog niet alles gehad. Er is namelijk nog een belangrijke tekst die bij dit onderwerp vaak wordt aangehaald n.l.: 1 Timontheüs 4:1-5
“1 Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen, 2 door huichelarij van leugenaars, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid. 3 Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om onder dankzegging aanvaard te worden. 4   Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt. 5 Want het wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed.”

Leert 1 Timotheüs 4:4 dat alle dieren rein zijn en daardoor geschikt als voedsel? Zijn degenen die gehoorzaamheid aan Gods geboden, waaronder Leviticus 11, onderwijzen zij die ‘zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen’? Zou dergelijk onderwijs geschaard kunnen worden onder de noemer ‘hypocriete leugens’? Zijn het dezelfde leraren die anderen voorhouden dat ze niet mogen trouwen? Welke zaken zijn volgens de bijbel geheiligd in het Woord van God en geschikt als voedsel, en moeten  onder dankzegging worden aanvaard? Daar gaat het hier toch om? Zijn de geboden van God oudewijvenpraat? Zijn Gods geboden onzinnig? Is het onderhouden van Gods geboden in Leviticus 11 niet langer godsvruchtig? Is Leviticus 11 niet langer ‘goede leer’? Is het gehoorzamen van God afvallig worden van het geloof? Is Leviticus 11 geen onderdeel meer van de schrift en daarom niet langer onderwijs in rechtvaardigheid? Is het niet langer geldig als basis voor vermaning en correctie?
Misschien denkt u dat het beantwoorden van bovenstaande vragen tamelijk eenvoudig is.

Sommige klinken nogal absurd toch? Dat zou zo moeten zijn… Als iemand gelooft dat 1 Timotheüs 4 leert dat Leviticus 11 is afgeschaft, en dat wordt vaak gedaan, dan wordt het beantwoorden van die vragen niet alleen erg ingewikkeld, maar ook heel angstaanjagend.’’

Als iemand met 1 Timotheüs 4 beweert dat Leviticus 11 niet meer geldt, dan geldt ook 2 Tim. 3: 16-17 en Ps. 119: 142 niet meer. Nee, waar Paulus op doelt is dat het voedsel dat voor consumptie geschikt is (dat God geschapen heeft voor de gelovigen, dus zie Lev. 11) onder dankzegging aanvaard moet worden. Het wordt namelijk geheiligd door het Woord (vers 5). ‘Het Woord’ was in die tijd het ‘Oude Testament’, want het ‘Nieuwe Testament’ was toen nog niet geschreven. Paulus noemt dus o.a. Lev. 11 het Woord waardoor het voedsel geheiligd (= apart gezet) wordt voor de gelovigen.

Wanneer deze tekst wordt aangehaald als bewijs dat wij nu alles mogen eten ontstaat er voor de oplettende lezer een probleem: Wanneer iemand zou beweren dat een bepaald soort voedsel niet mag worden gegeten zou dit volgens deze tekst een lering van misleidende geesten en demonen zijn. Dit is niet logisch wanneer je dit toepast op de geboden uit de Thora. Dan zou je namelijk de geboden van God toeschrijven aan demonen. Maar deze tekst heeft het niet alleen over voedsel. Degenen die met deze regels komen verbieden blijkbaar ook om te trouwen. Zullen dit mensen zijn die simpelweg tevergeefs proberen mensen Gods vergane geboden op te leggen? Gezien nergens in Gods geboden aangegeven staat dat je niet zou mogen trouwen zal dit niet het geval zijn. Het gaat hier dus om mensen die met hun eigen religieuze sekten de mensen geboden opleggen die niet van God zijn. Hier zijn allerlei sekten bij te bedenken, maar denk ook eens aan de Joodse Rabbi’s en Farizeeën die de mensen zoveel regels op proberen te leggen als het gaat om voedsel.
Kijk bijvoorbeeld eens naar het begrip “koosjer”. We hebben aan het begin van deze studie gekeken wat koosjer volgens de bijbel inhoudt. “koosjer” Betekent simpel weg “geschikt om te eten”. Maar, als je een orthodoxe Jood vraagt wat koosjer eten is krijg je totaal andere instructies dan je in de Thora terug zal vinden. Dat komt doordat zij zo ontzettend veel regels aan de Thora toe hebben gevoegd dat de Thora zelf helemaal onder is gesneeuwd. Een paar voorbeelden:

* Ex. 23:19 “U mag een bokje niet koken in de melk van zijn moeder”. Dit gebod is in de Thora genoemd omdat de heidenen een ritueel hadden voor een afgod waarbij ze een bokje offerden door het te koken in de melk van zijn moeder. De Joden namen regelmatig zulke heidense gebruiken over, daarom heeft God verschillende van deze gebruiken specifiek in de Thora vermeld en verboden. De joden hebben hier later regels van gemaakt dat het niet toegestaan is om zuivelproducten tegelijk met vlees te nuttigen (3). Zo mag je wel eerst melk drinken en daarna vlees eten, maar als je eerst vlees hebt gegeten moet je daarna een bepaalde tijd wachten (meningen verschillen van 3 tot 6 uur) voordat je weer melk mag drinken en het eten van een cheeseburger is uit den boze. Behalve dat dit fout is omdat er niet aan de Thora mag worden toegevoegd, vinden we in de Thora ook een voorbeeld dat God en Abraham boter, melk en kalfsvlees aten (Gen. 18:1-8 ).
* Volgens de kashrut regels van de Joden is het niet toegestaan om producten met druiven te eten wanneer zij door heidenen zijn bereid. Dit is bedacht omdat de heidenen wel eens wijn gebruikten voor ritueel gebruik voor afgoden en zij wilden geen risico lopen daarmee verontreinigd te worden. Dit past precies in het straatje van de tekst uit Timotheüs.

Het mag dus duidelijk zijn dat de tekst uit Timotheüs 4 niet gaat over de spijswetten die God heeft gegeven. Helemaal als je beseft dat onrein vlees volgens Bijbelse definities niet in de categorie voedsel valt.

Er is nog een tekst in het nieuwe testament die voor wat verwarring over dit onderwerp kan zorgen; Handelingen 15:19,20
“Daarom ben ik van oordeel dat men het hun die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet lastig moet maken, maar aan hen moet schrijven dat zij zich dienen te onthouden van de dingen die door de afgoden besmet zijn, van ontucht, van het verstikte en van bloed.”

Bij deze tekst moeten een paar dingen worden opgemerkt. Deze tekst wordt namelijk vaak als bewijs aangehaald dat de hele wet niet van toepassing is voor bekeerde heidenen, maar de discussie van deze tekst gaat over het feit dat er Joden uit Judea waren gekomen die beweerden dat deze heidenen niet gered konden worden als zij zich niet lieten besnijden. Ook dit is weer zo’n typisch voorbeeld van wetten die door de Joden zelf waren opgelegd. Het verbond van de besnijdenis heeft namelijk niets te maken met het wel of niet behouden worden en dat is precies wat er hier in Handelingen wordt uitgelegd. Omdat de Joden de nieuwe bekeerlingen direct met een enorme hoeveelheid regels op wilde zadelen – wat veel te veel is in één keer – zijn ze tot het oordeel gekomen dat het beter is om eerst met de belangrijkste zaken af te rekenen: afgoderij, ontucht, het verstikte en bloed. Omdat afgoderij in die tijd erg gebruikelijk was onder de heidenen kwamen zij vaak in aanraking met dingen die voor God een gruwel zijn en waar dus maar beter meteen mee kon worden afgerekend. De rest van Gods geboden zouden ze immers vanzelf leren in de synagogen. Dat is ook precies wat als oplossing wordt opgedragen in vers 21. Mozes wordt er elke sabbat voorgelezen dus de rest van de geboden van God leren ze vanzelf.

Een vergelijkbare zaak zien we in Romeinen 14. Hier wordt het advies gegeven niet tot aanstoot te zijn voor anderen die denken dat iets onrein is, zonder dat het werkelijk onrein is. Ook in 1 Korinthe 8 zien we een vergelijkbaar voorbeeld. In dit geval gaat het om het eten van wat aan de afgoden geweid is. Ook hier gaat het erom niemand tot aanstoot te zijn om in de verleiding te brengen iets te doen wat tegen zijn geweten ingaat, terwijl het niet verboden is om deze dingen te eten omdat wij weten dat die afgoden niet echt bestaan. Veel mensen denken dat dit bevestigt dat de spijswetten niet meer geldig zijn terwijl in werkelijkheid de Thora deze dingen niet verbiedt. Ook hier is er dus niets van de geboden afgedaan.

Openbaringen 18:2 en de eindtijdprofetie in Jesaja 66 15-18 spreken nog steeds over onreine dieren, hoewel de kerk beweert dat deze afgeschaft zijn!

Het zou toch vreemd zijn dat God in het Oude Testament zegt dat onreine dieren tot een gruwel zijn, en dat de mens ze niet mag eten, vervolgens mag het volgens de kerk door het sterven van Christus 2000 jaar weer wel, maar in het oordeel zal God het eten van onreine dieren weer straffen zoals geschreven staat in Jesaja 66 en zij die vlees van zwijnen en muizen of ander onrein gedierte eten, samen zullen zij ten onder gaan – spreekt de HEERE.’Laat u niet betoveren door een leer die uw kerk leert, als de spijswetten waarlijk zijn afgeschaft, en God toch veranderlijk zou zijn (wat niet kan) hoe verklaart u dan deze tekst in Openbaringen 18:2 ? En hij riep krachtelijk met een grote stem , zeggende : Zij is gevallen , zij is gevallen , het grote Babylon , en is geworden een woonstede der duivelen , en een bewaarplaats van alle onreine geesten , en een bewaarplaats van alle onrein en hatelijk gevogelte

Tot slot: iemand schreef eens op een forum over de spijswetten, ik geloof niet dat ik naar de hel ga als ik een knakworst eet. Ik zou diegene die dit schreef eens willen vragen of hij of zij God eigenlijk wel wil dienen. Het opzettelijk verachten van Gods geboden is in ieder geval geen eerbied voor de Schepper die dieren voor ons heeft apart gezet (geheiligd) voor consumptie. Al de verwarring over de spijswetten was onnodig geweest als we bedenken dat God die onveranderlijk is het onreine (want zij zijn een gruwel in Gods ogen Deut 14:3) nooit rein zou verklaren. Ik weet het, het is moeilijk, de kerk leert u anders, de predikant van de hersteld hervormde kerk waar ik destijds kwam noemde mij sektarisch. Maar uiteindelijk is het God die mij te eten geeft en mij onderhoud in de levensbehoefte en in de geestelijke behoefte, en ik ben Hem daar dankbaar voor.

Wanneer men dan geheiligd is (geheiligd = apart gezet) en door het geloof ingeënt in de Olijfboom Israël dan roept men door het geloof maar al te graag met David uit: En ik zal mijn handen opheffen naar Uw geboden, die ik liefheb, en ik zal Uw inzettingen betrachten. Psalm 119:48 Herkent u iets van deze woorden van David?

De hemelse voedselbank
De hemelse voedselbank
voedingslessen uit de Bijbel
Score 4.7 van 5 sterren.
€17,89
Op voorraad. Voor 16:00 uur besteld, morgen in huis
Klik om dit product bij bol.com te kopen

Send this to friend

Spring naar werkbalk