Een brief van C.H. Spurgeon aan zijn moeder | 1 Mei 1850
augustus 1, 2017
Een brief van C.H. Spurgeon aan zijn moeder | 11 Juni 1850
augustus 2, 2017
Show all

Uit het Engels vertaalde meditaties van Spurgeon's Faith's Check Book

This page is also available in: English

“En nu ga henen, en Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren, wat gij spreken zult.” Exodus 4:12

Vaak is een ware dienaar van de HEERE, traag in het spreken en wanneer hij wordt verzocht om te pleiten voor zijn Heere, is hij in grote verwarring, omdat hij bang is dat de goede zaak door zijn slechte voorspraak wordt bedorven. In zo’n geval is het goed om te onthouden dat de Heere de tong heeft gemaakt die zo traag is en we moeten ervoor zorgen dat wij onze Maker niet beschuldigen. Het kan zijn dat een trage tong niet zo’n groot kwaad is als een snelle, en weinig woorden kunnen meer zegen brengen dan een verbale stortvloed van woorden. Het is ook vrij zeker dat de kracht van de woorden niet in menselijke retoriek ligt, met zijn mooie zinnen en groot vertoon. Een gebrek aan welbespraaktheid is niet zo erg als dat het lijkt. Als God met onze mond en met onze geest is, hebben we iets beters als het klinkende koper van de welsprekendheid of het klinkende cimbaal van de overtuiging. Gods onderwijs is wijsheid. Zijn aanwezigheid is macht. Farao had meer reden om bang te zijn voor het stamelen van Mozes dan van de meest vloeiende sprekers in Egypte. Want er lag kracht in wat hij zei. Hij sprak over plagen en over doden. Als de HEERE bij ons is in onze natuurlijke zwakheid, zullen we bovennatuurlijke kracht krijgen. Laten we daarom vrijmoedig voor Jezus spreken, zoals we zouden moeten spreken.

Send this to friend